 |
|
De
kerkfabriek anno 1994 |
1. Historische
achtergrond
De naam
« kerkfabriek » ligt in het taalaanvoelen van deze
tijd, nogal ongemakkelijk. Deze naam vinden we reeds
terug vanaf de 13 de eeuw en komt van het
Latijnse « fabrica » of onderneming. Deze onderneming
was toen reeds opgevat als een bestuursorgaan, vooral
gevormd door leken, en belast met het beheer van de
kerkelijke goederen. De kerkfabriek zoals we die nu
kennen als publiekrechtelijke instelling, dateert
echter van na de Franse Revolutie.
Bij
deze revolutie werden de kerkelijke goederen onteigend
en ter beschikking van de natie gesteld, onder het
beding » op een behoorlijke wijze te voorzien in de
kosten van de eredienst, in het onderhoud van de
priesters en in de ondersteuning van de armen ».
Echter onder de « Convention National » en het «
Directoire » werden de kerkelijke goederen verkwist,
de beoefening van de eredienst werd afgeschaft en de
geestelijken vervolgd. Door het Concordaat dat
Napoleon Bonaparte op 15 juli 1801 afsloot met paus
Pius VII kwam hierin verandering. Op 29 april 1803
werden de bisschoppen gelast met de aanstelling van de
kerkfabrieken en met het opstellen van
functioneringsreglementen die echter de goedkeuring
moesten hebben van de regering. Uiteindelijk werd
alles geregeld bij keizerlijk decreet van 30-12-1809.
Dit decreet vormt nog steeds de basis van de huidige
reglementering aangaande de kerkfabrieken o.m. wat
betreft hun samenstelling, hun bevoegdheid en hun
werking. Dit decreet bleef ook van kracht onder het
Hollands regime en ook toen België onafhankelijk werd.
Door de wet van 1870 werd een nauwkeurig
voorgeschreven model van boekhouding, begroting en
rekeningen ingevoerd. Hier dient ook vermeld dat de
goederen van de kerkfabriek kerkelijke goederen zijn
en als dusdanig vallen onder de bepalingen van het
canoniek recht.
2. Bevoegdheid van
de kerkfabriek
Haar bevoegdheid kan
vooral als volgt omschreven worden
-
-het
onderhoud en de instandhouding van de kerkgebouwen
ongeacht de eigenaar. -het beheer van de goederen en
de geldelijke middelen, bestemd voor de uitoefening
van de eredienst.
-
-de
zorg voor de uitoefening van de eredienst en het
behartigen van de waardigheid ervan.
3. Voornaamste
beheerstaken.
De
kerkfabriek moet zorgen voor de geldelijke middelen
die nodig zijn voor een waardige eredienst o.a. door
het bijhouden van een accurate boekhouding en het
tijdig voorleggen van een begroting en het opmaken en
verantwoorden van de jaarlijkse rekeningen. Verder is
de kerkfabriek verantwoordelijk voor het beheer van
het patrimonium. Zij draagt ook de
verantwoordelijkheid voor het gewoon en het
buitengewoon onderhoud van de gebouwen. Zij legt ook
de contracten vast voor het personeel dat in opdracht
van de kerkfabriek helpt zorgen voor een waardig kader
voor de eredienst.
4. Huidige
samenstelling van de kerkfabriek
« O.L.Vrouw Zoqqe »
-
Voorzitter : Dr. Callaert Gerrit
-
Secretaris : Dhr
Vercammen Roland
-
Schatbewaarder :
Dhr. De Bruyn André
-
Leden :
-
Mevr. Lieve Smet
-
Dhr.Lauwaert Basile