Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons
Dorp". Deze artikels
worden gepubliceerd met het akkoord
van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.
Gij Zoggenaar die
dit nummer van "Ons Dorp" leest, denkt een ogenblik na
over wat er in staat. Het is eenvoudig en kort een
samenvatting van wat Zogge gedurende driekwart eeuw
aan missie arbeid heeft geschonken. Weest fier op
zoveel offervaardigheid die uit ons volk is
gekomen.
Naar Amerika en Azië zijn kinderen van het Zogse volk
gegaan met hun jeugd, hun gezondheid en hun
kruisbeeld. Weest er fier op.
Wij citeren:
E.P. EMIEL MARIE
JOZEF RAEMDONCK
Geboren te
Hamme-Zogge (Ekelbeke) 29/10/1863
Priester gewijd te Scheut - 20/11/1887.
Vertrok naar de missie van China einde april 1889, als
missionaris van Scheut.
Scheut en China zijn
twee woorden die bijna onafscheidbaar zijn; daar is
avontuur in en gevaar, ziekte en afmatting, en ook
bandieten en soldaten.
Het missieleven van Pater Emiel Raemdonck uit de
Ekelbeke (had ook familie in de Kerkstraat) begon al
zeer avontuurlijk. Hij werd opgewacht om de verre reis
over Siberië te ondernemen door de gekende
ontdekkingsreiziger Pater De Deken, eveneens van het
missiehuis van Scheut, die te Wilrijk zijn standbeeld
heeft.
Zij waren de eerste missionarissen die de reis over
Duitsland, Polen, Rusland en Siberië deden.
Nu loopt er een trein door Siberië, zij deden dat per
kar en dikwijls moest de kar ook zelf per boot reizen.
En na die tocht Iandde onze
zendeling aan in een christenheid van 120 bannelingen
die uit Peking verdreven waren.
Vroeger hadden die mensen eens om de drie jaar een
missionaris gezien, tot dat de laatste priester niet
meer weer kwam, in die landen was het mogelijk
spoorloos te verdwijnen.
Na een.verblijf in Europa trok Pater Raemdonck naar
Sjanghai van waar hij, na 7 jaar handenarbeid, terug
vertrok naar Chinees Turkistan, om aldaar 16 jaar
missieleven op zijn actief te nemen.
Daarna verbleef hij vijf jaar in de missie van Ninghia
waar hij herhaalde malen op onzachte wijze kennis
maakte met de rovers en de soldaten, die even erg
waren als de rovers zelf.
Bij het bestormen van zijn pastorij heeft hij meer dan
eens een lijf aan lijfgevecht meegemaakt, en zal men
best aangevoeld hebben wat een Zogse vuist betekende.
Bij een moordaanslag op zijn boy, werd hem letterlijk
de baard van zijn rechter wang afgerukt. Op een van
zijn tochten te paard, zijn paard, een geweldige loper
noemde hij "Lisa", ontwrichtte hij zijn schouder.
Dokters waren er niet, zodat hij zichzelf maar moest
behelpen. Dank zij de teugel van zijn paard kon hij
zijn schouder intrekken. Wat een pijn en last zoiets
kan teweeg brengen kan iedereen wel beseffen.
Na 40 jaar missieleven keerde onze Zoggenaar Pater
Emiel Raemdonck terug naar Europa en verbleef als
rustend missionaris in 't Klooster van st. Laureyns.
(Eeklo) waar hij volgens zijn eigen woorden "met
gelatenheid de dood en het oordeel afwachtte". De
laatste jaren van zijn leven heeft hij nog het ambt
bekleed van Directeur van genoemd klooster, alwaar hij
stierf op 9 oktober 1944. (st. Laureyns is momenteel
de parochie van de gewezen pastoor van Hamme-Zogge ~
Z.E.H. Inghels).
Z.E.H. FRANS ANTOON
MOENS
Geboren te
Hamme-Zogge in 't jaar 1870.
Priester gewijd in het jaar 1895.
Achtereenvolgens priester in het bisdom
Nosquallie-Clarke-Chehalis-Wapato (V.S.)
Ook Amerika heeft missionarissen nodig en waar die
nodig zijn vindt men Vlamingen. E.H. Moens Frans
Antoon bereidde zich daartoe voor in het Amerikaans
theologisch College gehecht aan de Universiteit van
Leuven waar hij dan ook de priesterwijding ontving.
Bijna onmiddellijk daarna vertrok hij naar Amerika
waar hij als hulppriester dienst deed in het bisdom
van Nesqnallie.
Toen kreeg hij de vererende maar lastige opdracht,
zich te belasten met de missies van het Graafschap
Clarke waar het terrein haast nog braak lag.
De standplaatsen van die missiegebieden waren gelegen
in ongebaande en schaars bewoonde streken, zeer ver
afgelegen van elkaar, zodat afstanden van 100 km niets
ongewoons waren.
Dit alles legde onze Zoggenaar af op een kleine pony,
berg op, berg af. Op 6 jaar tijd bouwde hij er 3
kerken, en kerken bouwen in een wildernis was geen
kinderspel. Alles moest van uren en uren ver worden
aangebracht, en wat de arbeidskrachten aanging daar
moest de missionaris maar zijn plan mede trekken, en
de gelovigen zelf moesten van uren in het ronde komen
om aan de opbouw mede te helpen.
Moe gewerkt kwam E.H. Moens naar Chehalis alwaar hij
na enige jaren harden arbeid verplaatst werd naar
Wapato.
Hij was een echte herder voor zijn kudde en Father
Moens werd op de handen gedragen van zijn volk.
Hij stierf op zijn jubelfeest van 50 jaar priester
zijn.
Tot de aanwezige priesters sprak hij "You are the salt
of the earth" en viel in de armen van zijn bisschop
Mgr. John Galagher en die van priester Cammerman. Na
de nodige zorgen toegediend te hebben sprak hij nog
deze laatste woorden."I'm all right" en stierf, met in
de handen het kruis van zijn bisschop, om 13.50u op 29
juni 1945.
Zijn geboortehuis
stond in de Meerstraat, nu bewoond door Mr. Albert
Vermorgen,, gemeenteraadslid te Hamme.
E.Br. SERAFIEN
(in de wereld August
Rottiers)
Geboren te Hamme-Zogge, in de Vossenstraat de 10de
september 1876.
In het klooster getreden in februari 1897.
Eerste vertrek naar
de missie van Bagdad (Irak) in december 1919. Tweede
vertrek in oktober 1930, behoorde tot de orde der
Ongeschoeide Karmelieten.
Met broeder Serafien betreden wij een missiegebied dat
een plaats op zich zelf bekleedt. Het gaat hier om het
veroveren voor Christus van verstokte en hardnekkige
volgelingen van Mohammed.
Hij werkte daar met nederige ijver in een snikheet
klimaat, onder mensen met een bevreemde beschaving.
Van zijn eerste reis heeft hij een aantrekkelijke en
eenvoudige beschrijving gezonden aan zijn familie in
de Kerkstraat en Meerstraat. Maanden duurde het eer
hij op zijn plaats van bestemming aankwam en de brave
Zoggenaar ontmoette overal tot zijn verbazing rovers
in deftige klederen en Franse en Engelse soldaten die
de oorlog 1914-18 in dit verre gebied aan 't
voortzetten waren. Hij ontmoette er ellende en
armoede, streken waar duizenden mensen van honger
waren omgekomen, en in het missiegebied zelf trof hij
een kleine kern van christenen aan, vervolgden uit een
oceaan van Joden en Muzelmannen.
Nergens was het bekeringswerk zo onveilig als bij die
volkeren. De verhouding van de christenen (35.000)
tegenover de Joden (85.000) en Muzelmannen (200.000)
was ten tijde van Broeder Serafien niet schitterend.
Wat vooral op de Muzelmanse vrouwen veel invloed
scheen uit te oefenen was het beeld van Onze Lieve
Vrouw, langs deze weg werd er dan ook met bijzondere
ijver gewerkt aan het bekeringswerk. Onze Zoggenaar
koesterde dan het initiatief een beeld van O.L.V.
boven op de toren te plaatsen van de hoofdkerk van
Bagdad. Hem kwam tevens de eer toe Koning Albert 1 te
ontvangen in Bagdad.
Op rust in België stierf hij een eenvoudige dood in 't
klooster der Karmelieten te Gent.
Hij was een harde en doordrijvende missiebroeder.
'C
E. Br. PETRUS VAN
GOETHEM. S.J.
Geboren te
Hamme-Zogge (Meerstraat) op 18/7/1878.
Trad in het klooster in het jaar 1899.
Vertrok naar de missie van Ceylon op 7/9/1912.
Nadat Broeder Petrus
enige jaren had doorgebracht in de kloosters van zijn
orde te Mechelen, Namen, en Gent werd hij naar het
Missiegebied van Ceylon gezonden (Met Hawaï de
schoonste eilanden ter wereld). Het missiewezen was op
dit eiland nog niet zo lang gevestigd. Slechts in 1895
werd dit gebied aan de Belgische Jezuïeten toegewezen.
Deze vonden er een zeer harde taak; er waren slechts
40 kerken en kapellen, 4 scholen en 600 christenen
verspreid over een grondgebied zo groot als de helft
van België en de missionarissen stonden daar, onbekend
met taal en zeden van de inboorlingen.
Broeder Petrus werd in het begin voor een paar jaren
in een min of meer beschaafd gebied geplaatst om er de
nodige ondervinding op te doen, maar dan werd hij op
het verheven avontuur van het ene onbeschaafd volk
naar het andere gestuurd.
Dit paradijs van natuurschoon en klimaat is
hoofdzakelijk bewoond door Mohammedanen en Boeddhisten
die zeer moeilijk te bekeren zijn. Onze zendeling uit
de Meerstraat hielp dorpen stichten waarvan enkele nu
steden van belang geworden zijn, zoals Galle-Kandy
Ratnamura-Himidura.
Hij had te veel van zijn krachten gevergd, zwoegend,
altijd maar voort in altijd wilde streken, te midden
afgodendienaars en wilde dieren, werd hij ziek en
moest gaan rusten in het door hem gestichte Galle waar
hij geruime tijd verbleef.
Ook hier scheen nog veel te verbeteren en Broeder
Petrus toog aan f t werk, hij stichtte ziekenhuizen,
scholen en weeshuizen.
Niettegenstaande de vele noodwendigheden van zijn
missiegebied schreef hij naar de zijnen. "Hebt gij een
stuiver te veel, geef hem aan de armen rondom U".
Naderhand waren de kansen gekeerd. Vreemden kwamen er
afbreken wat hij en zijn medehelpers hadden opgebouwd.
In de steden voerden de Boeddhisten openlijke strijd
tegen de christenen. Ook de crisis in de
caoutchoucnijverheid gaf de missie een harde klap.
Broeder Petrus hield echter stand en mag met fierheid
op zijn werk en dat van zijn medewerkers terugblikken.
Het bisdom Galle kende toen 35 kerken, 41 kapellen, 51
scholen, met 8.000 leerlingen en het aantal christenen
steeg er van 6.000 tot 16.000 terwijl de inlandse
clerus er inmiddels tot stand is gekomen.
Zijn laatste functie was: algemeen secretaris van 't
Bisdom.
Na een noest missionarisleven is hij in de volste
gelatenheid en eenvoud gestorven, de 11 de maart 1951.
Samengevat, vier
stille helden, vier grote baanbrekers op het i
missieveld in verschillende continenten,
-
Emiel Raemdonck,
van Ekelbeke.
-
August Rottiers
uit de Vossenstraat.
-
Frans Moens uit de
Meerstraat
-
Petrus Van Goethem
ook uit de Meerstraat.
Allen mannen van
Zogge. Ook zij waren mensen welke vertrokken met de
wapens van liefde, offer, lijden, kruis en dood, en
eenmaal hun mensenhart voelden breken wanneer het uur
van afscheid aanbrak, in de eenzame goede stilte van
de woonkamer. Daar was een man op de knieën gevallen,
hij droeg het zwarte of bruine kleed van de boete en
van het offer en voor hem stond een grijsaard of een
vrouw op jaren. De vader zegende de priester, de
moeder tekende een kruisje op het voorhoofd van de
zendeling, en dacht hoe ontelbare malen zij het deed
toen hij klein was, en nu misschien het laatste zou
betekenen. Zo zijn zij allen vertrokken. Zij brachten
het offer van hun hart, en dachten aan vervolging en
marteldood, aan hun graf, mogelijks ver over zee. Zij
stonden recht, en namen afscheid van het leven.
G. De Bondt.
Heemkundige