Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons
Dorp". Deze artikels
worden gepubliceerd met het akkoord
van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.
Bij dit eerste
nummer van 1974, dat tot folklorejaar is gepromoveerd,
willen wij het hebben over aloude folklore en
volksvermaak te Zogge.
Zo waren er tijdens de kermisfeesten steeds allerhande
volksspelen.
Ringsteken
Ringsteken was een
der bijzonderste daarvan.
Dit ringsteken gebeurde te paard, of vanop een
rijdende kar of iets dergelijks.
De berijder had een spies bij zich, en moest van een
staande paal met zijn spies een ring wegsteken, zonder
stilstaan.
De ruiter die de meeste ringen aan zijn spies had
kunnen rijgen was overwinnaar. Dit was meer een
sporttak van die tijd dan een volksspel.
Steekspel
Maar er was ook een
steekspel dat echt volksspel was. Het was als volgt
opgevat:
Over de straat was aan een dikke koord een grote
waterbak gehecht die om de koord kon draaien. Onderaan
die bak was een plank bevestigd midden daarin was een
rond gat.
Nu was er een kar getrokken door man-
of paardenkracht. Op die
kar stond dan een man met een lange spies, en terwijl
de kar onder de waterbak doorreed, moest de man zonder
dat de kar stilstond, met zijn spies pogen door de
opening in de plank te steken. En... als de speer
naast het gat op de plank terechtkwam, draaide
de bak om en keerde de lading water op de man
die mis gestoten had, tot groot jolijt van de
omstanders.
Kwade Triene
Nog iets dergelijks
was het spel der 'kwade triene'.
Het zat zo : De vorm van een vrouwspersoon was
uitgezaagd in een houten plank, in deze zin dat ze één
arm in de heup had, zodat deze arm een opening vormde.
De andere arm was gestrekt en had een grote hand. Dit
alles was humoristisch beschilderd en een boze vrouw
voorstellend.
Deze kwade vrouw was zo op een paal geplaatst dat ze
kon draaien. Nu was het 't zelfde spelletje als met de
waterbak. Een man met lange spies op een kar moest al
rijdend trachten met zijn spies door de opening
gevormd door arm en heup te steken. Indien nu deze
speerstoot naast het gat terecht kwam, dan draaide de
kwade trien op haar as, en indien de man op
de kar niet snel kon buigen, kreeg hij van de
gestrekte arm een klap om de oren, weer tot groot
jolijt van de omstanders!
Dit spel was wel min of meer gevaarlijk. Een klap van
de kwade triene kon hard aankomen. Zo was er een
speersteker die omkeek als hij mis gestoten had, en de
klap in volle gezicht kreeg, waarbij hij een bloedneus
opliep.
Verder waren er nog
koers in zakken lopen, en de "vrouwenkoers", die hun
man met kruiwagen moesten voeren, enzovoort. Later nog
meer daarover.
Wij zullen het ook
nog hebben over de oude sporten.
Van loopkoers,
paardenkoers, ringsteken tot de wielersport, die hier
te Zogge hoogtij vierde door het ontstaan van een
wielerpiste velodroom te Hamme-Zogge, op den Blauwen
hoek, thans Bookmolenstraat. Over deze velodroom later
veel meer met ettelijke anekdoten.
1974, het
folklorejaar, is tevens het jaar van het 125-jarig
bestaan van onze dorpskerk, dit werd trouwens in juli
plechtig gevierd.
Over de bouw van onze kerk hebben wij in vorige
nummers reeds heel wat geschreven.
In de volgende nummers komt hierover nog meer.
door Jerome
Vercammen.