Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons
Dorp". Deze artikels
worden gepubliceerd met het akkoord
van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.
In ons nummer 2 van Juli 1978
schreven wij over het vlas vroeger in onze gewesten.
Het nummer 3 van september was gewijd aan de
Heemkundige tentoonstelling "Het dorpsleven vroeger en
nu", en zo werd het vervolg van "Het vlas" verschoven
naar dit nummer, nummer 4 van december 1978...
Zoals reeds eerder beschreven was er
de opkomst van de trapzwingelmolen, en de
handbookmachine, welke dan bij de opkomst van de
elektriciteit ook mechanisch-elektrisch werden
aangedreven, en zo kwam stilaan het vlasbedrijf in de
greep van de opkomende mechanisatie. Zo
kwam te Zele de
vlasfabriek van de familie Morrel tot stand, te
Langevelde. Daar waren dan meerdere hectaren
braakterrein, welke door de vlasfabriek in gebruik
waren om het vlas open te spreiden en te drogen, zoals
beschreven in ons nummer van juli 1878.
Na de oorlog van 14-18 kwam dus de
mechanisatie. Evenals de vlasfabriek te Zele, waren er
nog meerdere kleinere bedrijven die mechanisch
werkten. De kleinste die met een trapmolen ofwel met
één elektrisch aangedreven zwingelmolen verder
werkten, hadden dan ook alle moeite om hun klein
bedrijf in stand te houden. Toch werd nog altijd in 't
klein verder gewerkt, want de aloude spreuk "Beter
kleine baas dan grote knecht" had bij onze
vrijheidslievende mensen nog altijd grote inslag, en
zij hielden koppig vast aan hun klein eigen bedrijf.
De vooruitgang stond echter niet stil. De mechanisch
aangedreven zwingelmolens en bookmachines brachten
reeds een hele omwenteling, maar rond de jaren 1930
kwam dan weer een andere machine in gebruik, namelijk
de vlasturbine. Daar stak men aan de voorkant het
droge, gerote vlas in, en aan de achterkant kwam het
er gezuiverd uit. Dit werkte weer veel sneller. De
vlasfabriek van Zele was er als de kippen bij om zulk
tuig in gebruik te nemen. En ja, het welkte goed. Iet
nieuws dat men in de Zeelse
fabriek met de machine zwingelde ging als een
wervelwind door de streek, en verontrustte zeer de
kleine, moeilijk standhoudend vlasbedrijven.
Spoedig werd dan in de vlasfabriek
een tweede turbine (zwingelmachine) geplaatst, en deze
leverden zoveel werk dat meerdere zwingelaars, die aan
de draaimolens het vlas zuiverden, werden afgedankt,
of anders te werk gesteld. Deze vlasturbines
werden nog verder geperfectioneerd, en in grote
bedrijven kwamen ze in werking.
De crisis in het vlasbedrijf was
geboren. De kleine, vrije, vlasbewerkers, die koppig
om hun vrijheid hadden gestreden, waren de strijd
verloren. Iet ene na het andere kleine bedrijf
verdween, Het vlasbedrijf nam een andere wending. Ook
in het buitenland kwam er de mechanisatie, en de
vlasmarkt werd overspoeld met afgewerkte producten, en
de prijzen werden gedrukt. Ook de groten kregen het
tenslotte moeilijk, en moesten strijden om hun
voortbestaan. Daarbij kwam dan nog de ontdekking van
kunstvezels zoals nylon en plastiek die het vlas
verdrongen. Tenslotte verdween ook het ene na het
andere groot bedrijf, en het bloeiende tijdperk van de
vlasindustrie in onze streken liep teneinde.
De Zogse vlashandel leverde een
prachtige strijd,
De families Baert, Vercammen,
Tempels,. en de gebroeders Raemdonck hielden koppig
stand. Maar ook zij moesten zich uiteindelijk gewonnen
geven, en ook deze bedrijven moesten tenslotte
verdwijnen. Tot de jaren '50 waren het nog Michel
Tempels, Armand Raemdonck en Jules Vercammen die te
Zogge standhielden. Toen ook deze moedigen moesten
overschakelen op eren ander bedrijf, was het
vlasbedrijf te Zogge volledig opgedoekt.
Enkel nog aan de Hollandse grens en
erover, in Hollands-België zijn nog enkele bedrijven.
Ook de vlasfabriek te Zele lag stil,
en op de braakliggende gronden was er geen bedrijf
meer.
De mechanisatie en industrialisatie
drong steeds verder, en nieuwe bedrijven werden
opgericht om in de werkloosheid te voorzien, en zo
werden de terreinen van de vlasfabriek
te Langevelde
industrieterrein verkaveld,
er werden wegen aangelegd en allerlei nfjverheids-,
handels-, en
fabrieksgebouwen rezen er uit de grond.
Zo is dit prachtig gebied, doorweven
met bosjes en struikgewas, waar eens de leeuweriken
ten hemel stegen om hoog in de lucht hun loflied aan
de schepper te zingen, waar allerhande zangvogels hun
leefmilieu hadden, 1 waar hazen en konijnen te over
waren voor de jagers, waar het goed was om wandelen,
en waar menige jonge liefde tot stand kwam, ten prooi
gevallen aan de voortschrijdende industrialisatie,.,
Zoals de vlasindustrie verdwenen
meerdere andere kleine beroepen, en is de spreuk
'beter kleine baas dan grote knecht', waaraan men zo
gehecht was, als het ware omgekeerd tot "beter grote
knecht dan kleine baas". Dit schijnt voor het ogenblik
wel zo te zijn. Doch blijft de kern van de oude spreuk
bewaard; want 'vrijheid is goud waard'. Maar in onze
huidige welvaartstaat moeten wij wel veel gouden
vrijheid prijsgeven ! Zo heeft alles dan weer zijn
goede en kwade kant.
Hiermee sluiten wij dan de rubriek
over "het vlas".
Wij geven nogmaals de raad
om alle nummers goed te bewaren, zodoende heeft men
steeds. een volledige beschrijving.
door
Jerome Vercammen