Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons
Dorp". Deze artikels worden gepubliceerd met het akkoord
van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.
Ons voorlaatste
nummer handelde over bolmaatschappijen, namelijk de
bolmaatschappij St.Jozef. Benevens deze bolwijze, het
vogel- en stekbollen met ronde schijfvormige bollen,
was er ook nog het pierbollen (pieren). Dit
pierbolspel is zeer oud, en is wel een spel dat tussen
Durme en Schelde beoefend werd, bijzonder te Hamme,
Grembergen, Zele, Moerzeke, verder Zogge omzeggens
niet meer of in veel mindere mate. Dit pieren bestond
hierin: 10 kegels geplaatst op rijen van 3 in het
vierkant, met nog 1 op kegellengte van een hoek
geplaatst Deze enkele kegel werd de zot genoemd„ Nu
moest men een bol, die de vorm had van een halve bol,
rond de kegels doen draaien. De eerste ronde moest men
de zot passeren, en daarna zoveel kegels mogelijk
omver bollen. Wanneer men ze in één worp omver wierp
was dit een 'bos'. Als men ze de eerste keer niet
allen omver had, moest men nog eenmaal naar het
overschot bollen, terwijl de omgevallen kegels in de
weg bleven liggen. Zo moest men dan maar tussen deze
hindernissen naar de overige bollen. In éénmaal alle
kegels omver, telde voor 11 kegels (houten genoemd),
in tweemaal was 10 houten. Men moest dus om beurten
pogen de meeste kegels (houten) omver te bollen.
Een andere spelregel
die vroeger in gebruik was, was de volgende, men moest
zo bollen (pieren) dat van al de kegels alléén de
middelste bleef rechtstaan. Dat was specialistenwerk,
men noemde dit spel "negenmannen". De éne kegel die
moest blijven rechtstaan noemde men de 'negenman. Dit
negenmannen is na de oorlog van 14-18 stilaan uit
gebruik geraakt, en werd omzeggens niet meer beoefend.
Vroeger gebeurde dat
bollen in de herberg op de vloer, en vergde veel
plaats. Het waren dan 10 zware kogels van een halve
meter lengte. De halve bol had ook een halve meter
doorsnee, en was een zwaar geval. Men moest dan op de
knieën gaan zitten om te bollen, daarvoor werd dan een
kussentje of matje gebruikt. In de hitte van het spel
werd dat wel eens vergeten, zodat de mannen hun broek
vuil maakten, en als ze dan ook nog beschonken thuis
kwamen, was moeder de vrouw niet zo goed gezind, en
volgde er wel eens echtelijk gekrakeel,.
In de herbergen van
standing; met plaats genoeg, was dan een speciale
vloerstenen plaats voor het pierspel, met nog een
bijzondere steen waarop men moest knielen om te
bollen. Dit pierspel bracht veel leven in de herberg.
Het gerammel der vallende kegels, het gezoem ven de
bol, en dan de spelers die hun bol aanmoedigden met
harde woorden, ook wel eens "vloeken" genoemd. Er
waren spelers die juichten, en anderen wiens spel niet
meeviel, en luid sakkerden. Er was ook wel eens
hoogoplopende ruzie...
Eens de kegels omver
moest men ze weer rechtzetten voor het volgende spel.
Zo was dit pierspel niet vervelend.
Met al dat kregen de
spelers altijd maar meer dorst, en werd er menige
grote pint Zeelsen ouden gedronken. Naarmate het spel
vorderde werden de spelers luidruchtiger, en kropen ze
op de knieën over de vloer, nu eens juichend, dan weer
sakkerend, of ze wentelden zich zelfs over de vloer,
al naargelang de mee- of tegenval.
Er waren ook veel
wedstrijden in het pierbollen. Deze sport had ware
specialisten. Het was een zeer bedrijvig en druk
beoefend volksspel,:
De laatste herberg
waar zulk een vloer pierspel bestond was wel midden
Zogge, op de hoek van de Kerkstraat (Zoggestraat) en
Heirbaan, van Jerome Vercammen, waar nu nog de zog
buiten steekt Bedoelde herberg was 'In de Zog`, en dit
sinds 1831, volgens het uithangbord. Daar was nog een
speciaal vloerstuk in de blauwe herbergvloer. Dit is
verdwenen hij het ombouwen van herberg tot winkel in
1962.
Dit bruut-grove
kegelspel met grote bol is zo blijven voortbestaan tot
de oorlog 14 -18. Dan is men gaan pieren op grote
houten tafels, ter hoogte van een herbergtafel, zodat
men staande kon pierbollen, in plaats van knielend op
de vloer.
De
kegels en de bol werden dan ook veel kleiner. De
kegels waren nog een 20 cm lang. , en de bol had
dezelfde doorsnee, zo werd het spel gemakkelijker en
minder bevuilend voor de kleren. Luidruchtigheid,
juichen, tieren en drinken bleven echter hetzelfde. Nu
kwam er te Zogge en omliggende in bijna elke herberg
een piertafel te staan. Het spel had nu niet zoveel
plaats meer nodig, alhoewel zo een tafel toch nog
ongeveer 6 m² was.
Elke herberg moest
wel een piertafel hebben, wilden ze verbruikers
lokken.
Het spel bracht veel werk mee voor schrijnwerkers en
houtdraaiers, want kegels en bol moesten met de hand
gedraaid worden.
Met de opkomst van
de piertafel kwam het pierbollen nog meer meer in
trek. Er waren dan ook vele wedstrijden.
Na de oorlog van 14
-18, met de opkomst van de fiets, was het bij de
pierprijskampen gebruikelijk als eerste prijs een
nieuw rijwiel te geven. Elke wedstrijd lokte steeds
volk. Er waren specialisten die van de ene prijskamp
naar de andere gingen, en er zelfs heel wat mee
verdienden, sommigen hadden steeds rijwielen te koop.
Bij prijsspel pierde
men naar 30 houten, dat erin bestond drie bollen te
werpen. Het spel bevatte 10 kegels, en hij die ze in
drie keer allemaal omver bolde had dan 30 houten, en
zo werden er om ter meest kegels omver gebold. Zij die
gelijke hoeveelheden hadden moesten kampen.
In die tijd betaalde
men 10 fr voor slagen (volksgezegde) wat wilde zeggen
10 maal 3 keer worpen om 30 houten.
Een rijwiel kostte voor 1940 zo een 700 Fr.
Met dit pieren
beleefden de herbergen een gouden tijd.
Dit duurde tot de oorlog van 40~45 en ook nog daarna,
maar de belangstelling viel dan snel af, door de
opkomst van netbiljartspel. De ene piertafel na de
andere verdween om plaats te maken voor het biljart.
Maar het herbergleven verbeterde er niet op, en ook de
ene plezierige volksherberg na de andere verdween.
Sinds 1945 is het aantal herbergen met zowat 3/4
verminderd. Het pierspel verdween omzeggens totaal uit
onze gewesten. Nu alles te modern is geworden, krijgt
men terug heimwee naar het oude, luidruchtige,
plezierige volkse pierspel. De nog overblijvende
herbergbazen spannen zich in om een piertafel die hier
of daar is bewaard gebleven te bemachtigen, en ze
terug in de café te plaatsen.
En ja, wij zien het
pierspel terug herrijzen. Te Zogge is er reeds terug
een piertafel bij Arthur Van Den Eynde "Duivenlokaal"
bij Désire Segers "Het Anker", en bij Norbert De Wilde
"Spinnershof". En met succes., De oude 'piergarde'
bestaat nog, en de jonge generatie treedt aan, in het
"Spinnershof" is er reeds een pierbolmaatschappij die
goed op dreef is. Reeds veel eerder is er een
bloeiende pierbolmaatschappij bij Marcel Van
Lysebetten (oud wielrenner) te Zele Hansevelde.
Voorwaar, dit oude volksspel is op weg om in ere
hersteld te worden, wat ons zeer verheugd„
Vroeger werd er te
Zogge veel gepierd, maar van een vroegere
pierbolmaatschappij weten wij niets af. Wij vragen
onze leden die daar meer van weten, dit bekend te
maken aan ons, of er zelf iets over te schrijven.
Te Hamme-center en
omgeving waren wel dergelijke maatschappijen, wij
komen daar later nog op terug.
door Jerome
Vercammen.