|
Ter gelegenheid
van het over lijden van pastoor D'Hauwer in 1876 werd
een boekje uitgegeven met de beschrijving van de
levensloop van de overleden dorpsherder evenals de
lijkredes die uitgesproken werden aan het graf.
Het werkje wordt
hier letterlijk weergegeven in de "oude spelling".
|
GEDENKENIS
van den
Eerwaarden Heer
CHARLES D'HAUWER
IN ZIJN LEVEN
EERSTEN
PASTOOR VAN HAMME-ZOGGE.
DOOR
C. FIERENS,
HOOFDONDERWIJZER
Verkocht ten
voordeele van den arme.
Drukkerij Van Gowie-Van Der Burght, Hoogstraat
N°9
1876 |
|
Nog geen
dertig jaren geleden was de wijk Zogge, op den
uitersten westkant van Hamme gelegen, eene halve
wildernis, vooral aan de oostzijde, waar thans
zich de kerk bevindt. Die breede, groote straat
bestond niet : er liep daar slechts een
karrenspoorbreed straatje, dat in de eiken
kapbosschen als verloren slingerde. Een enkele
steenweg, die van Dendermonde op St. Nikolaas,
langs Waasmunster, leverde eenigen
gemeenschapsweg op en de inwoners waren
verplicht, bij de korte winterdagen, door modder
en slijk, eene uur ver te strompelen om hunne
parochiekerk te bereiken.
Door dien
droeven toestand getroffen werden door eenige
der invloedrijkste personen der wijken Zogge,
Meerstraat en d'Ekelbeke, pogingen aangewend om
het bouwen eener kerk te bekomen, naar
aanleiding van eenen ministrieëlen omzendbrief
aan de HH. Gouverneurs gericht om op afgelegene
wijken kerken en scholen te bouwen ; ten einde,
zegde de Minister, de armoede te bestrijden, die
toen in Vlaanderen heerschte.
Hunne pogingen
mislukt ziende, ontstond het stout gedacht op
eigene kosten eene Kerk op te richten. Eene
inschrijvingslijst werd in 1848 geopend,
waarop verscheidene der begoede inwoners voor
duizend frank, andere voor mindere sommen en de
arme lieden voor een zeker getal dagen
kosteloozen arbeid inteekenden.
Onmiddellijk
werd de hand aan het werk geslagen, de eerste
steen gelegd den 23 Januari 1849 en het gebouw
voltrokken in den loop van den zomer, zodat in
September van dit jaar voor de eerste maal het
H. Misoffer in de nieuwe Kerk werd opgedragen.
Verscheidene
maanden lang kwam de Eerw. Heer Philipkin
professor in het College van Dendermonde er alle
Zondagen mis lezen, tot dat Mgr. Delebecque den
Eerw. Heer Vercauteren, toen Onderpastoor te
Moerbeke, er als Proost aanstelde. Deze heer
bleef hier maar wat ruim één jaar en keerde
terug naar Moerbeke.
Door zijn
vertrek was de proosdij van Hamme-Zogge zonder
bedienaar gebleven en Mgr. de Bisschop vond zich
in de grootste verlegenheid om eenen opvolger te
vinden, die voor de verlatene plaats geschikt
was ; toen de Eerw. Heer Charles D'Hauwer,
Onderpastoor te Lebbeke, met deze aangelegenheid
bekend werd, en, in de grootmoedigheid van zijn
hart, niet aarzelde, de stroeve en ondankbare
taak van Proost te Hamme-Zogge te aanvaarden.
Wij zeggen stroeve en ondankbare taak:
inderdaad, wat vond hij hier ? Drij arme
boerenwijken, waar twee jaren te voren eene Kerk
was gebouwd, die door geen enkele overheid was
erkend geworden ; eene Kerk, zoo arm dat men
zich gedwongen vond de noodige Misgewaden aan
andere kerken te ontleenen, waar geene
lijkdiensten mochten gecelebreerd, geene
huwelijken gesloten, noch Doopsels toegediend
worden, ja, waar zelfs de Paaschcommunie niet
mocht worden uitgereikt ! Wat vond hij nog? Eene
parochie door tweespalt verdeeld ; vele arme
huisgezinnen, weinig begoede. Ja, later vertelde
hij dikwijls lachend, dat de eerste persoon,
dien hij in zijne nieuwe parochie ontmoet had,
een boer was, die een kruiwagen mende, waarin
een mutten gespannen was ! Een verblijdend
vooruitzicht, voorwaar !
Verder hebben wij hier niets meer hij te voegen
: wat wij over zijn verblijf alhier zouden
aanhalen, zal men in de hierachter volgende
lijkreden aantreffen.
Alleenlijk
willen wij hier tot stichting van den lezer,
eenige bijzonderheden over de laatste dagen
zijns levens mededeelen.
Op woensdag 9
Februari 1876 begaf de Eerw. Heer Charles
D'Hauwer zich op weg naar de pastorij van Zele,
om aldaar een bezoek af te leggen, en onderwege
voelde hij eene plotselijke onpasselijkheid,
zoodat bij zich gedwongen zag op zijne stappen
terug te keeren. Des anderendaags, ofschoon zeer
ongesteld, begaf hij zich naar zijne kerk,
zegende een huwelijk in, haalde eenen kerkgang
op ; doch kon het H. Misoffer niet meer
opdragen. Namiddag komt men hem zeggen dat een
zijner parochianen zijne hulp inroept en,
ondanks het verbod des geneesheren van, om geene hoegenaamde reden, zijn bed te verlaten ;
staat hij op en begeeft zich, trots koude en
sneeuw, naar de plaats waar hij denkt nodig te
zijn ! Immers, het zou misschien de eerste maal
zijn, dat hij zijnen bijstand aan eenen zijner
parochianen zou hebben moeten weigeren, en dat
kon hij over zijn liefderijk hart niet krijgen !
Wij hebben hem over de besneeuwde straat zien
voortstrompelen ; zijn gang geleek aan dien van
eenen dronken mensch en wij hebben ons later
afgevraagd of hij wellicht niet het slachtoffer
zijner grenzelooze liefde voor zijne parochianen
geworden is. Altlans, zoo afgemat was hij, toen
hij ili zijne pastorij terugkeerde, dat bij zich
gansch gekleed op lijn bed liet nederzijgen.
Eilaas ! hij heeft het niet meer verlaten ....
Zijne laatste daad was dus eene daad van liefde
voor zijne parochianen.
De gang, der
ziekte nam bliksemsnel toe en op den Dinsdag 15
februari oordeelden de geneesheeren zijnen
toestand gevaarlijk genoeg om de laatste HH.
Sacramenten der stervenden te ontvangen. De Eerw.
Heer pastoor van Hamme, bijgestaan door
verscheidene andere geestelijken en vergezeld
van eenige parochianen die, met flambeeuwen het
Allerh. !Sacrament begeleidden ; droeg hem den
laatsten Reispenning.
Wij hadden het
geluk deze aandoenlijke Plechtigheid bij te
wonen. die nimmer uit ons geheugen zal gewischt
worden. 0 ! met welke eindelooze liefde
onthaalde de zieke zijnen God en Zaligmaker !
Met welke voorbeeldelijke stichting ontving hij
de HH. sacramenten, en hoe vurig drukte hij het
kruisbeeld op zijn hart !
Na afloop der
plechtigheid, deed hij de Eerw. priesters en de
bijzijnde parochianen teeken tot zijn bed te
naderen, en sprak met eene flauwe stem nagenoeg
deze woorden : « Ik bedank de Eerw. HH.
Geestelijken over de moeite die zij genomen
hebben, » om mij de laatste troostmiddelen van
onzen heiligen Godsdienst » te verschaffen....
Ik bedank ook mijne parochianen voor.... » al
hetgeen.... zij.... voor mij.... » De Eerw. Heer
Pastoor van Hamme, zijne ontroering ziende,
voltrok voor hem, zeggende : « voor al de
gebeden, die zij voor u storten en nog storten
zullen, niet waar, Mr
de Pastoor ? Waarop
hij met eene klare stem -
«
ja » antwoordde.
Eer wij met
gebroken hart de kamer verlieten wierp hij nog
eenen laatsten blik op ons, waarin zijne
grenzelooze liefde duidelijk doorstraalde. Het
was als of' hij zeggen wilde : « ik heb u
gedurende mijn leven meer dan mij zelven bemind,
en mijn laatste zucht zal nog voor u zijn ! » En
inderdaad, verscheidene maal verklaarde hij aan
de vrienden, die tot zijn ziekbed naderden dat
hij innig blijde was dat zijn strijd hier op
aarde ging eindigen, dat hij gansch te vrede dit
vergankelijk leven verliet, voor den schonen
hemel ; maar dat hij vreesde nog niet genoeg te
hebben gedaan voor zijne parochianen !
Intusschen
namen zijne smarten gedurig toe, maar ook geduld
en onderwerping verlieten hem geen oogenblik.
Wanneer de geneesheeren eene pijnlijke operatie
noodig achtten, zegde hij alleenlijk : « Dat, de
heeren doktors hunnen plicht doen ; maar de
groote Geneesheer zal beslissen. " - Op eenen
avond greep hem eene hevige crisis aan, en het
scheen dat de dood hem storm leverde ; zoodat de
liefderijke zuster, die hem oppaste, tot den
Eerw. Heer Henderickx, Onderpastoor te St. Anne,
die bijna zijn ziekbed niet verliet, zegde dat
misschien de laatste stond nabij was. Doch de
moedige kranke keerde zich weldra tot hem,
zeggende : «Mijne vrienden, de strijd is
geweldig, maar nog niet volstreden »
En zoo bleef
hij tot het einde toe, telkens, als eene nieuwe
crisis, hem overviel, de schoone woorden
herhalende : Alles tot eer en glorie van God
...
Eindelijk den
zondag 20 Februari deden zich de eerste teekenen
op, die zijne aanstaande dood voorspelden, en
des avonds om 7 ure, terwijl honderden
geloovigen in de kerk, vóór het Altaar
neergebogen den Rozenkrans voor zijne behoudenis
baden, en den achtsten dag der novene, tot zijne
herstelling beloofd, gingen eindigen, verscheen
de Eerw. Heer Onderpastoor op den predikstoel en
kondigde de neergeslagen menigte aan, dat de
parochie van Hamme-Zogge, een onherstelbaar
verlies kwam te doen ; dat de brave pastoor, die
zich zelven geheel voor zijne parochianen
geslachtofferd had, het tijdelijke voor het
eeuwige had verwisseld en de belooning zijner
deugden was gaan ontvangen, uit de handen van
dien God Dien hij zoo vurig had bemind en
getracht had, in alle omstandigheden, door zijne
parochianen te doen liefhebben. --- De laatste
paternoster van den begonnen Rozenkrans werd
gebeden tot lafenis van zijne ziel, te midden
van bet gesnik en gezucht dat alom de kerk
vervulde, en bewees hoe innig de liefde was, die
hier de kudde aan haren herder verbond.
ZIJNE ZIEL
RUSTE IN VREDE ! |
|
Op Woensdag 23
Februari 1876 had de begraafnis zijner
stoffelijke overblijfselen plaats onder den
toeloop eener ontzaggelijke volksmenigte.
De lijkstoet die zich van aan de pastorij tot
aan de kerk uitstrekte was in de volgende orde
geschikt
-
Congregatie der jonge
dochters.
-
De maatschappijen der drij
wijken met hunne in rouw gehulde standaarden,
-
Eene afdeeling van de
leerlingen der gemeenteschool met hunne
onderwijzers.
-
Het genootschap van den H.
Vincentius à Paulo.
-
Het aartsbroederschap van
het Allerheiligste Sacrament.
-
Het lijk gedragen door de
kerkmeesters.De hoeken van het baarkleed
werden gehouden door M. Vertongen
burgemeester, M. Convent, schepen, M. Gust.
Van Driessche-Torné, lid van den gemeenteraad
en van bet bureel van weldadigheid en M.
Verheyden, voorzitter van den Midden Raad der
genootschappen van den H. Vincentius à Paulo
te Dendermonde.
-
De heer Deken van
Dendermonde, omringd van eene talrijke
geestelijkheid officieerde
-
Al de leden van den
gemeenteraad en van het armbestuur, alsmede
een groot getal vrienden volgden den
lijkstoet.
Na dat de plechtigheid in de
kerk was afgeloopen, begaf de stoet zich naar
het Kerkhof, waar wij nimmer zulke overvloedige
en bittere tranen zagen storten, Ja, op het
gelaat der honderden menschen die daar waren
toegestroomd, las men dat zij treurden om eenen
vriend en weldoener,
Vijf lijkredes werden op het
graf uitgesproken: Wij laten ze hier volgen.
|
|
LIJKREDE
uitgesproken
door den Heer Burgemeester Vertongen.
MIJNHEEREN EN
GEACHTE MEDEBURGERS
Een gevoelig
verlies komt de gemeente Hamme en namentlijk, de
geestelijke parochie Zogge te treffen. ik moet
het u niet zeggen, parochianen van Zogge, uw
gelaat wijst het uit ; uwe aandoening verraadt
uwe inwendige gevoelens van droefheid en van
smart. Uw Eerwaarde Heer Pastoor is dood ! Uw
welbeminde herder is niet meer ! De Allerhoogste
heeft dien goeden man tot hem geroepen.
Maar waarom al
dien toeloop tot dit gewoonlijk zoo eenzaam en
zedige kerkhof? Helaas zekerlijk, omdat wij
allen gedreven zijn, eene laatste hulde te komen
brengen aan de stoffelijke overblijfsels van
dien Herder dien wij allen lief hadden en die
ook altijd zoo bezorgd was met het tijdelijk en
eeuwig geluk zijner Parochianen.
Hulde zij dus,
aan den naam van zoo een deftig man ; hulde zij
aan zijne werken ; hulde aan zijne daden die hem
lang zullen overleven.
Vooraleer dan
zijne stoffelijke overblijfsels met aarde te
bedekken, vooraleer ons van den boord zijns
grafs te verwijderen, laat ons enige jaren
achteruit gaan aan en eens zien wie de Heer
Charles D'hauwer was.
Hij werd geboren te Meerheke bij Ninove den 5
mei 1816 : zijn roep was tot den geestelijken
staat. Hij deed zijne studiën in het collegie te
Geeraardsbergen en verders voor de
godsgeleerdheid, in het seminarie van Gent ;
werd onderpastor te St. Laureyns ; zeer bevolkte
en uitgestrekte gemeente op de zeeuwsche grens,
alwaar hij omtrent 7 jaren lastigen dienst deed;
vervolgens in dezelfde hoedanigheid te Lebbeke;
en eindelijk ten jare 1851 Proost alhier op den
wijk Zogge. En wat vond hij hier toen hem de
gewichtige taak van zielenbestuurder, door het
Bisdom werd opgelegd ? Een geraamte van eene
kerk welke ruim een jaar te voren onregelmatig
tot stand was gekomen, zonder wettige erkenning
en dusvolgens zonder kerkfabriek ; een
onopgemaakt huis dat hem tot woning moest dienen
; immers eenen »ijk waar veel ontbrak.
Beter dan
iemand, gevoelende in wat ellendigen toestand
hij zich geplaatst bevond, en wel begrijpende
wat weg de stichters der kerk waren ingeslagen,
was zijn eerste gedacht, zijne eerste
betrachting, dezelfde tot wettigen stand te zien
komen en als eene succursale te zien aannemen:
Na het naakte
gebouw van het noodzakelijkste inwendige te
hebben voorzien, zorgde hij zijn doel te
bereiken en, volgens zijn karakter altijd met
goed en zacht besluit te werk gaande, wierd
zijne stem aanhoord ; De Gemeenteraad was hem
gunstig en hij koninglijk besluit van 24 mei
1854, wierd de kerk van Zogge als succursale
erkend.
Zijne
Hoogweerdigheid noemde den 30 mei daarop
volgende, den Heer D'Hauwer als Pastor derzelve.
Van dan af versterkte zijne verkleefdheid aan
zijne parochie en nooit wenschte hij anders dan
zijn leven lang op Zogge, zich
tot het welvaren zijner parochie te mogen
opofferen. Ook is dit zoo geschied, maar Helaas
! ofschoon Pastor D'Hauwer
kloek en sterk was als eene rots, heeft hij aan
de onmeedoogende dood niet kunnen wederstaan en
is ons te vroegtijdig ontrukt.
Alhoewel men
gerust. mag zeggen dat hij zijne uren niet
onledig heeft doorgebracht, streefde hij altijd
tot meer en beter ; niettegenstaande het
kerkgebouw door zijn toedoen zoo in als
uitwendig een heerlijk zicht heeft verkregen,
niettegenstaande de nieuwe toren, waaraan hij
zelf zoo gearbeid heeft, met schoon
klokkengeluid is verrijkt, was zijn laatste
zucht voor zijne kerk en zijne parochianen.
Onbaatzuchtig
voor zich zelven spaarde hij geen opofferingen
uit medelijden voor de armen ; hij leefde met
hen even als een goede Vader met zijne kinderen
en terecht mocht hij als den weldoener der armen
zijner parochie aanzien worden.
Geachte
medeburgers van Zogge, het verlies dat gij komt
te doen is groot, maar troost u, uw herder is
niet verloren; hij zal zijne kudde hoeden van de
hoogte des hemels waar hij den loon, zijner
goede werken geniet.
Vriend
D'Hauwer ! Gij die u zelven hebt vergeten voor
uwe parochianen, gij die uw leven hebt ten pande
gesteld voor hunne zielen zaligheid, gij hebt
uwe zending verstaan en als een oprecht
godvruchtig en godvreezend christen aan uwen
roep beantwoord.
Uwe
parochianen en uwe talrijke vrienden zullen u
nooit vergeten uwe gedachtenis zal hun
bijblijven en uw naam zal onde hen en hunne
nakomelingen geëerbiedigd worden. Adieu D'Hauwer
! Adieu !
|
|
LIJKREDE
uitgesproken door Mr C. FIERENS,
hoofdonderwijzer
te Hamme-Zogge.
MIJNE HEEREN
EN GEACHTE MEDEBURGERS
Onder den indruk der
smartelijkste droefheid, Het hart toegenepen
door onzeggelijk wee, kom ik hier in naam der
inwoners dezer parochie den treurigen plicht
volbrenger, in eenige woorden den zoo
welvervulden levensloop te herdenken van den
voorbeeldigen herder, dien de onverbiddelijke
dood ons zoo plotselijk en, eilaas ! zooveel te
vroeg komt te ontrukken !
De Eerw. Heer Ch. D'Hauwer werd
geboren te Meerbeke den 5 Mei 1816, en van zijne
teedere jongheid af was hij een voorbeeld van
Godsvrucht en deugd. In dat edel hart
openbaarden zich al vroeg de kiemen der
grootmoedigste deugden : zelfopoffering en
naastenliefde. Geen wonder dan dat hij zich
geroepen gevoelde tot het verheven priesterambt;
van hetwelk de zelfopoffering en de liefde tot
God en den naaste de reinste deugden en de
onafscheidbare voorwaarden zijn.
Na zijne studiën in het
bisschoppelijk seminarie van Gent voltrokken te
hebben, werd hij in 1844 priester gewijd. Kort
daarop volgde zijne benoeming tot coadjutor te
Sinte-Marguerite, vervolgens tot onderpastoor te
Sinte-Laureyns en te Lebbeke. In deze plaatsen
verwierf hij de liefde en achting van al de
inwoners en liet er eene gezegende geheugenis
na.
Hij was in deze laatste gemeente
toen hij te weten kwam dat de proosdij van
Hamme-Zogge zonder bedienaar was gevallen. De
verlatenheid dezer plaats, van alles ontbloot,
deed hem voorzien welken strijd hij hier zou te
voeren hebben, hoeveel goed hier te stichten
was, en dat was genoeg om zijn van liefde
blakend hart te doen ontvlammen. Met eigene en
vrijwillige toestemming werd hij dan ook in 1851
door Mgr. Delebecque tot Proost van Hamme-Zogge
benoemd.
Van dit oogenblik af begint voor
hem een rusteloos kampen en spat zijne ziel
overvloedige vonken van liefde en zelfopoffering
rond zich. Hij had voortaan eene kudde voor
dewelke hij zich geheel en gansch slachtofferen
zou.
Hem bloedde het hart omdat de onwettelijkheid
zijner kerk hem de handen niet los en vrij liet
om al het goede te doen dat hij zich voorstelde.
Onmiddellijk dan was hij in het werk om de
proosdij tot succursale te doen opklimmen en hij
had bet geluk zijne pogingen reeds in 1854 met
goeden uitslag bekroond te zien. 0 ! wie gedenkt
het niet hoe hij den 24 Mei van dit jaar, gansch
opgetogen, bijna van huis tot huis zelf de
tijding, ging dragen dat de kerk wettig erkend
kwam te worden en tot succursale was aangenomen
En wat hij sedert dit tijdstip
gedaan heeft dat kan mijne zwakke stem niet
verklaren : zijne werken zijn daar om het te
verkondigen. Kon dit kerkgebouw spreken, het zou
u toeroepen : toen de Eerw. Heer D'Hauwer hier
kwam waren mijne wanden naakt en bloot ; zelfs
geen vloer om op neer te knielen !.... En nu?..
0 ! nu ?... 0 ! nu kan het vergeleken worden met
de sierlijkste buitenkerken van het Bisdom ! En
die prachtige toren ? En die schoone klokken,
die thans, eilaas ! zijnen dood verkondigen ?
Roepen zij niet luid : hier beweent men eenen
grooten weldoener dezer kerk !...
Doch stappen wij spoedig zijne
stoffelijke weldaden voorbij, die niet te
vergelijken zijn, - hoe groot en menigvuldig zij
ook wezen mogen, - tegen de geestelijke
weldaden, waarmede hij 25 jaren lang zijne
welbeminde parochianen overladen heeft. In
hoevele huisgezinnen heeft hij niet door zijne
passende bemoeiingen den vrede hersteld of' hem
er in behouden ? Wie telt de tranen, die hij
heeft opgedroogd ! Wie de bedroefde harten, die
hij door den balsem zijner opbeurende woorden
heeft getroost ! 0 ! zegt mij, gij allen, die
hier snikkend den kuil omringt, die zijne
stoffelijke overblijfsels gaat verzwelgen,
wanneer gij u in moeilijkheden bevond, tot wien
wenddet gij u ? Was het niet tot uwen
Vader, tot uwen vriend
die daar beweegloos aan onze voeten nederligt ?
0 ! ja, niet waar, omdat gij wist dat hij
niemand ongetroost liet weggaan.
En gij, arme broeders, 0 ! ja,
laat uwe tranen vloeien, want gij verliest eenen
grooten weldoener, die mildelijk zijn fortuin
ten offer bracht op den Autaar der christelijke
liefdadigheid. Wij, leden van het genootschap
van den H. Vincentius-à-Paulo, wiens
vergaderingen bij getrouw
bijwoonde, en, wiens beurs hij vulde. Wij zijn
getuige geweest van de grenzelooze liefde, die
hij zijne arme parochianen toedroeg.
Als onderwijzer was ik twaalf
jaren lang met hem in betrekking en beter dan
iemand heb ik kunnen nagaan hoe bezorgd hij was
voor de opvoeding en het onderwijs der jeugd.
Blijken daarvan zijn zijne wekelijkse
schoolbezoeken en de bereidwilligheid waarmede
hij het lokaal
zijner zondagschool ter beschikking van 't
Gemeente-bestuur stelde, toen het onderwijs
hiervoor goed werd ingericht; ja de zondagschool
zelve, die hij grootendeels op eigene kosten
bouwde.
Geene enkele gelegenheid om wel
te doen liet bij voorbijgaan ; geen enkel
oogenblik van zijn leven dat hij zich niet
slachtofferde voor zijne geliefde parochianen ;
ja, toen reeds de kwaal, die hem van ons moest
wegrukken, hare ijzeren hand op zijnen schouder
had zag men hem nog wankelend voortsukkelen tot
aan het bed der zieken !
Hoe smartelijk trof ons dan de
droeve mare niet, die zich eenige dagen geleden
over onze parochie verspreidde, dat onze
welbeminde herder op het ziekbed lag uitgestrekt
en dat zijn toestand van dag tot dag verergerde,
zoodat weldra zijn dierbaar leven bedreigd was.
Van dien stond af brak ook den liefdegloed los,
die in ieders harte blaakte, en elken avond ging
de gansche bevolking, zich aan den voet der
Autaren nederwerpen om van God de herstelling
van den geliefden zieke te verkrijgen. Ja, het
was hartroerend schoon die talrijke drommen
grijsaards en kinderen, mannen en vrouwen ; die
gansche parochie de handen ten Hemel te zien
uitstrekken om hulp en troost af te smeeken :
hier trof men waarlijk maar eenen Herder en eene
kudde aan !
Eilaas ! de Goddelijke
Voorzienigheid, in hare ondoorgrondelijke
raadsbesluiten had beslist dat de goede Herder
was rijp geworden voor den Hemel, en den 20
Februari 1876 riep God zijnen trouwen dienaar
tot zich !.
Hamme-Zogge heeft dan zijnen
geliefden Herder, de armen hunnen weldoener ;
wij allen onzen vriend en raadsman verloren !…
0 ! Gewis juicht zijne schoone
ziel reeds in de eeuwige verblijfplaats der
gelukzaligen, en baadt zij in stroomen van
onbegrepen heil in den schoot van dien God, Dien
zij hier zoo vurig beminde ; doch daar Gods oordeelen
onbekend zijn; zullen wij hier dikwijls komen
nederknielen om voor hem te bidden.
En nu, Eerw. Herder, dierbare
vriend en weldoener, bid in den hemel ook voor
ons, waar wij hopen u eens weder te zien om
nogmaals maar eene kudde en eenen Herder uit te
maken. Geen eeuwig
vaarwel roepen wij u dus toe ; maar vol hoop
zeggen wij : tot wederziens !
|
|
LIJKREDE
Uitgesproken
door Mr JAN VERCAUTEREN
MIJNE HEEREN
Eene zeer
droeve plicht heeft ons heden rond den grafkuil
van onzen
diepbetreurden Herder vergaderd ! Vooraleer men
zijne stoffelijke overblijfselen met aarde gaat
bedekken; wil ik in den naam van het
aartsbroederschap van het Allerh. Sacrament der
Autaars hem hier eene laatste hulde brengen en
eens herinneren wat onherstelbaar verlies wij in
hem doen.
De Eerw. Heer
Ch. D'Hauwer, pastoor der geestelijke gemeente
Hamme-Zogge, werd geboren te Meerbeke, bij
Ninove, den 5 Mei 1816, De vijf-en-dertig eerste
jaren van zijn edel en christelijk leven stap ik
stilzwijgend voorbij ; ik denk niet noodig te
zijn hier aan te halen zijne kinder- en
studiejaren ; betere redenaar dan ik heeft reeds
alles afgeschetst. Ik zal slechts een woord
spreken over den leeftijd welken bij hier met
ons allen heeft doorgebracht.
Maar hoe zal
ik u beschrijven hoe voorbeeldig en christelijk
hij hier leefde ? Welke achting hij verworven en
verdiend heeft ? Wat hij hier stichtte, wat hij
hier deed voor het huis Gods en hoe hij het
versierde ? Hij is de man, die hier voor het
welzijn onzer parochie den grooten strijd heeft
gestreden. Ja, van zijne eerste stappen af, hier
op onzen bodem gericht toonde hij ons met eenen
onverschrokken moed en eene goede inborst
vooruitgang aan.
In de maand
Augustus 1851 werd hij tot dezen wijk gezonden
in de hoedanigheid van proost. Eene hulpkerk,
die alsdan nauwelijks was opgemaakt, werd aan
zijne zorgen toevertrouwd. In zeer korten tijd
won hij de achting van allen, die hem omringden,
terwijl hij hen gestadig opbeurde tot het
nauwkeurig vervullen hunner christelijke
plichten. Hij wilde zich waardig maken hunnen
geestelijken Bestierder, ja, nog meer, hunnen
dierbaren Herder te worden ! Hij streefde naar
dit edel doel ; en, inderdaad, den 24 Mei 1854
kwam hier eene blijde tijding aan : deze
hulpkerk werd bij koninklijk besluit als wettig
erkend ! O ! Ja, dan scheen
eene weergalooze
vreugde uit op zijn gelaat ! Hij werd onze pastoor,
onze Herder, onze Vader !...
Hoe klommen dan ook onze vurige dankgebeden
ten Hemel ! En hoe ieverig zag men hem nu werken
aan dien tempel Gods, waar hij zijne kudde wilde
hoeden, onderrichten en tot den hemel
voorbereiden ; dien tempel, die alsdan slechts
bestond uit vier overdekte muren. O ! werpen wij
daar nu eenen opslag op : het zijn geene vier
naakte muren meer, het is veeleer een prachtig
huis des Heeren : van
het Altaar tot aan de
torenspits is het eene
aaneenschakeling zijner werken !
En wat zal ik
zeggen van de processie van het :Allerh. Sacrament
? Toen hij hier zijne
herderlijke bediening begon, bestond
zij niet, en
thans kan zij de vergelijking doorstaan met de
fraaiste processiën van andere kerken. Ja, wij
leden van het
Aartsbroederschap, wij weten met welken onvermoeibaren
ijver hij gedurig werkzaam
was, om den eerbied lot het heiligste en
verhevenste dat onze H.
Godsdienst bevat in ons te versterken en te
vermeerderen ; en
alles in het werk
stelde, om den Goddelijken Zaligmaker, voor wien
zijn hart in vlammende liefde wegsmolt, te vereeren
! Ja, alles toont ons dat hij een vrome en
stichtende priester was ; alles schijnt ons toe
te spreken : dank aan hem, die daar ijskoud aan
onze voeten nederligt !...
Is
het onmogelijk alles
op te noemen wat de
Eerw. Heer D'Hauwer
voor onze kerk heeft
gedaan, het is
nog onmogelijker te
zeggen welk teeder en
edelmoedig hart hem in
den boezem klopte voor
den armen en behoeftigen
mensch.
Mogen wij met recht
niet uitroepen dat
hij de Vader, de
tweede Voorzienigheid der armen was, als hij
hunne schamele hutten indrong om almoezen
te delen, hongerigen
te spijzen, naakten te kleeden, ja, om hun
vriend en weldoener te
zijn
0
! die tranen die hier op den killen grond
des kerkhofs nederdruppelen, zijn welsprekender
dan ik : zij zeggen duidelijk hoe grievend
het verlies is dat wij
ondergaan ! zij toonen
hoe dierbaar
ons zijn leven was,. hoe vuriglijk hij ons
beminde en bemind was ! En die liefde, eilaas !
ligt nu aan den boord van een graf
killig uitgestrekt l...
Neen, dierbare Herder,
de onverbiddelijke dood
heeft u niet gespaard ! 0f zijt gij misschien
het slachtoffer
niet uwer zelfopoffering
?.:. Hebt g;ij niet
de straten
doorkruist met eene
wreede ziekte op het lichaam, om uwe zieken te
bezoeken, om hun uwe vertroostingen
mede te deelen en
hebt gij wellicht
daardoor niet den marteldood gevonden ?
0 ! groot is
uwe ziel bij den Heer
! Gij ziet reeds uit den hemel Op ons,
stervelingen, neer ; en wij hopen elkander daar
eens weder te zien. In afwachting zult gij voor
ons allen bidden, gelijk
wij voor u gebeden
hebben en nog zullen bidden. Het is dan geen
troosteloos vaarwel dat wij hier komen stamelen
; met veel vertrouwen roep ik u toe : Geliefde
Herder, voorbeeldige Priester, tot in de
eeuwigheid vaarwel !
en tot wederziens '
|
|
LIJKREDE
uitgesproken door ALFONS
DE COCK, leerling der
Gemeenteschool.
MIJNE
HEEREN,
In naam mijner schoolmakkers,
kom ik hier eenen treurigen
plicht vervullen
; eenen traan plengen op het graf van onzen
welbeminden herder en hem onze dankbare hulde
brengen.
O !
Eerwaarde Herder, wij hebben ondervonden, hoe
gij het schoone woord
van onzen Goddelijken Zaligmaker : Laat de
kleinen tot mij
komen,
naleefdet. Wij weten hoe gij steeds
voor ons welzijn bezorgd waart en
het goede zaad in onze
jonge harten deedt
wortel vatten, en, van dankbaarheid doordrongen,
beloof ik u hier
plechtig, aan den boord van het
graf dat zich welhaast
gaat sluiten om ons
voor gansch het leven van u
te scheiden ; dat wij zullen trachten volgens uwe
lessen en vermaningen te leven, om u
eens in den hemel te
mogen wederzien
|
|
LIJKREDE
uitgesproken door Mr G. DE BEULE
namens den wijk
Hansevelde, (Zele)
MIJNE HEEREN,
Ofschoon vreemd, aan deze
parochie, zij het mij gegeven hier, aan den
koord van dit versch gedolven graf den treurigen
plicht van dankbaarheid te komen kwijten, in den
naam der inwoners van den naburigen wijk
Hansevelde,
Het is dan waar, de kloekmoedige
pastoor van Hamme-Zogge is niet meer De sterke
man is gevallen .De cngenadige dood heeft
hem in de volle kracht des levens weggemaaid !
Dat van liefde vlammend hart is koud en klopt
niet meer ! Dat hart waarvan elke trilling een
zucht naar weldoen was !....O ! bewoners Van
Hamme-Zogge, gij ondergaat een onherstelbaar
verlies ; doch gij treurt niet alleen, de
inwoners van den wijk Hansevelde beweenen ook
eenen edelmoedigen weldoener ! Schoon de
Eerw. herder, Ch. D'Hauwer hier
gansch alleen was voor de parochie. van bijna
elf honderd zielen, was zulks nog niet genoeg
voor zijn liefderijk hart. I De wijk
Hansevelde, die
.ruim 500 inwoners telt, werd mede door hem
.bediend. 0 ! Wij zullen nimmer vergeten hoe de
dierbare afgestorvene zoowel, bij nacht als dag,
met de troostrniddelen van onzen H. Godsdienst
de zieken van onzen wijk kwam versterken
en hoe hij ook voor ons een geestelijke vader
was l... Ook toen de droeve mare zich verspreidde
dat de groote menschenvriend op het ziekbed lag
uitgestrekt, stegen niet alleen door u maar ook
door ons de vurigste wenschen en gebeden ten
hemel om van God zijne herstelling te bekomen.
Doch, de Voorzienigheid riep hem tot zich ! . 0
! Gewis juicht zijne schoone ziel in den Hemel
en ziet
daar op
ons neder.
O ! ja ! gelukzalige Herder van Hamme-Zogge, bid
voor uwe parochianen die gij in rouw achterlaat
; maar bid ook voor ons , voor Hansevelde, dat u
hier door mijne zwakke stem eene laatste hulde
van dankbaarheid breng! u een laatste vaarwel l...
neen, een tot wederziens ! toeroept
|
|
Op maandag
28 Februari had de
plechtige uitvaart
plaats. Een goot getal
geestelijken
en bijna al de
parochianen bevonden zich
weder in de kerk
vereenigd en de Eerw.
Heer Deken van Dendermonde
sprak op den preedikstoel
de lofrede van den overleden uit.
Hij beschouwde het leven
van den alom
betreurden herder onder het
tweevoudig opzicht
-
Hij was
de stichter dezer parochie
-
Hij
was de Vader zijner parochianen.
De Eerw.
Heer
Deken
deed in treffende woorden
de moeilijkheden
uitschijnen,
die aan de stichting ,
eener parochie verbonden
zijn en de
zachtrnoedigheid
en
het voorzichtig beleid
die er gevergd
worden, om de
hulp van
geestelijke en wereldlijke overheden
te bekomen. Verder is het niet genoeg dat de
parochie besta .er moet eene ziel, een leven
voor die parochie zijn ; dat is te zeggen, zij
moet leven door de goede
werken, door de
christelijke genootschappen. En
hier ook
toonde
de Eerw. Heer D'hauwer dat
hij voortreffelijk zijne
zending begreep.
Immers, hij richtte hier
en : de genootschappen van den
H. Franciscus Xaverius, van den H.. Franciscus de
Sales, van den H. Vincentius à Paulo, van den H.
Rozenkrans, van het H. Hart, van den Sint
Pieters Penning; en het aartsbroederschap van
het Allerh. Sacrament des Autaars; alsmede, over
eenige maanden nog de congregatie van Onze Lieve
Vrouw op ! En wat nog meer is, hij wist door zijnen
heiligen iever al deze genootschappen te doen
bloeien, even als het werk der nieuwjaarsgiften
aan Z. H. den Paus ; zoodat de parochie van
Hamme-Zogge dikwijls tot voorbeeld van andere,
veel belangrijker gemeenten mocht gesteld worden
!
De dierbare afgestorvene was
ook de vader zijner parochianen.
Een ware vader verlaat nimmer,
tenzij door de dood, zijne lieve kinderen. En
hij ook, dikwijls de gelegenheid gehad hebbende
aan het hoofd eener grootere gemeente
geplaatst
te worden, heeft altijd geweigerd, zeggende dat
hij in de parochie Hamme-Zogge wilde sterven !
En hadde de Hemel hem nog 2O of' 25 Jaren
gegund, hij zou tot het einde toe hier gebleven
zijn, Hij was dus een ware vader ; tot den dood
toe aan zijne kinderen verkleefd !
Een vader zorgt ook voor de
opvoeding en het onderwijs zijner kinderen.
Daarom richtte hij hier de zondagschool in ; die
hij op eigene kosten bouwde ; stond het lokaal
later aan het Gemeentebestuur af om hier eene
goede en bloeiende school in te richten, die hij
alle weken ging bezoeken. Hij was onder dit
opzicht dus ook de vader zijner parochie.
Een goede vader deelt met
zijne kinderen hetgeen bij bezit ; het is hier
iedereen bekend hoe mildelijk hij zijn fortuin
gebruikte om, niet alleen de openbare armen ;
maar ook de schamele armen, die soms in het
geheim zooveel lijden, te ondersteunen. In
hoevele huisgezinnen zijn hier misschien niet;
die, van arm, zoo als zij vroeger waren, thans,
door zijne tusschenkomst eenen zekeren welstand
genieten ! Hij was dus onder alle opzichten de
ware vader zijner parochianen ; die hem ook van
hunnen kant, altijd met kinderlijke liefde
bemind hebben !
De Eerw. spreker eindigde te
midden der algemeene ontroering, met den zoo
welbeminden en diepbetreurden herder en Vader in de gebeden zijner parochianen ; zijner
kinderen te bevelen.
Deze woorden
zullen voor
ons
niet vruchteloos zijn. Zij dit boekje niet
alleen eene
gedenkenis van den voorbeeldelijken
Herder ; maar dat de wijze raadgevingen en
vermaningen die hij ons in alle gelegenheden
gaf, immer in deze parochie vruchten
dragen,
opdat wij hem eens in den
Hemel mogen
wederzien
!
|
|