Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons
Dorp". Deze artikels
worden gepubliceerd met het akkoord
van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.
Bij deze rubriek
willen wij het hebben over het oude Zogse.kerkhof,
naast de kerk, waar momenteel het kaatsplein is. Daar
zijn onze voorvaderen begraven, en ook de eerste
pastoors van Zogge.
Als eerste priester
te Zogge hadden wij Cornelius Vercauteren, geboren te
EIversele, 13 augustus 1845, en proost te Hamme-Zogge
tot 1851. Later als pastoor te Merelbeke overleden op
8 december 1894. Is niet te Zogge begraven.
De eerste pastoor te Zogge was E.H. Carolus D'Hauwer,
geboren te Meerbeke 5 mei 1816. Was ook onderpastoor
te St.Laureyns en Lebbeke. Was ook nog als proost te
Zogge, en daar pastoor benoemd in 1854. Hij is er ter
pastorij overleden op 20.2.1876.
Als tweede pastoor E.H. Karel Louis De Caluwé, pastoor
te Zogge van 1876 tot 1882, en er.overleden in de
leeftijd van 54 jaar.
Derde pastoor E.H. Alfons De Smet van 1882 tot 1904,
overleden op 67 jaar.
Vierde pastoor E.H.Josef Peerts, geboren te Onkerzele
op 12 juni l865 en overleden ter pastorij op 22 maart
1913, op 56 jaar. Deze is op het nieuwe kerkhof
begraven.
E.E.H.H. D'Hauwer,
De Caluwé en De Smet zijn op het oude kerkhof
begraven. Hun graven waren in een soort erepark naast
elkaar, daar waar.nu opgeslagen wordt voor 't
kaatsspel.
Het is zeer spijtig dat bij het opruimen van het oude
kerkhof deze grafstenen verloren gegaan zijn, en ze
toen niet in de muur van onze kerk zijn
gemetseld geweest.
De gewijde plaats is
thans kaatsspel. Goed. Het leven gaat verder. Maar het
blijft spijtig dat niets, geen gedenksteen of
kapelletje, dit in herinnering brengt. Zoals bvb. te
Hamme op het oude kerkhof er het kapelletje nog is.
Nu in dit monumentenjaar ware het misschien schoon een
kleine herinnering aan te brengen.
Op het huidige
kerkhof is er nog een grafsteen, namelijk deze van
Eduard Van Goethem, geboren te Megni-Cairo, in Egypte,
op 10 september 1819, en overleden te Hamme-Zogge
31.10.1909. Deze Eduard Van Goethem was de zoon van
een Van Goethem uit de Meerstraat, die naar Egypte was
uitgeweken, en er met een Egyptische vrouw gehuwd was.
Om een of andere reden is hun zoon, de: kleine Eduard
nog geen jaar oud naar België bij zijn oom en tante
(Valus en juffr. Dorothé Van Goethem gebracht, waar
hij werd opgevoed. Hij huwde met Cesarine Van .Hecke,
in de volksmond Cesarine Waart genoemd. De heer Valus
en Dorothé Van Goethem bouwden dan in de Meerstraat
een nieuwe herberg, die dan bewoond werd door Gustaaf
Van Goethem, en die als uithangbord had "In Cairo",
tot voor kort nog herberg, en laatst gehouden door de
heer Basiel Achten - De Wale, die het huis nu nog
bewoont. Maar het is geen herberg meer.
De herberg "In Cairo" was zeer gekend, en steeds het
lokaal van de maatschappijen van de Meerstraat,
Hoornmuziek, Bolders en spaarmaatschappij. In 't
bijzonder ten tijde bewoond door Petrus Waterschoot,
in de volksmond Peet De Bolle.
En zo belanden wij
dan weer eens bij de Overloopakkers te Hamme-Zogge. In
het oude Zogge waren het daar grote kastanjebossen,
met beuken en acacia's. Tussen deze bossen stonden er
enkele schamele huisjes, slechts door een aardeweg en
een wegeltje verbonden met Zogge. Daar in die kleine
huisjes woonden grote gezinnen, waarbij men zich
terecht afvraagt waar ze allen sliepen. Ondanks alles
waren deze natuurmensen steeds vrolijk en opgeruimd.
Er staat ook nu nog
de eeuwenoude kapelletjesboom. Een schone linde, in de
loop der tijden door vrome handen steeds gesnoeid en
dusdanig geleid, dat zijn takken als het ware het
kapelletje, toegewijd aan O.L.Vrouw, omarmen, en er
een vroom en prachtig uitzicht aan geven. Ook dit is
een monument dat beschermd moet worden.
De bossen zijn er verdwenen, enkel het bos met
acacia's is er nog een overblijfsel van. De oude
huisjes staan er nog, maar ze zijn wel wat
veranderd. De strooien daken zijn verdwenen en er zijn
verbeteringen aangebracht.
Vroeger woonde er in
die bossen een zonderling, gekend onder de naam MEX.
Zijn ware naam hebben we niet kunnen achterhalen.
Deze Mex was een buitengewoon sterke man. Hij leefde
van een lapje grond dat hij bewerkte, van
wildstroperij, en hij was tevens boottrekker op de
travel langs de Dender. Voor het beroep van
boottrekker kwamen alleen de sterksten in aanmerking.
Mex was er zo een.
Een keer, met Zogge kermis had het Houten Muziek een
soort kermistent opgeslagen op het plein in het midden
van Zogge. Daarin vertoonden ze dan een "wildeman".
Deze wildeman was Mex. Men had hem ingewreven met
stroop en andere plakkende middelen, en beplakt met
allerlei pluimen, zodat hij er werkelijk vervaarlijk
uitzag. Tijdens de vertoning boog hij zware stukken
ijzer met de tanden en de voeten. Hij speelde ook
vuurvreter.
Mex zat gevangen in een ijzeren kooi, waar men hem dan
ook voederde. Ook dit was een attractie voor de
toeschouwers. Zo wierpen ze hem dan levende duiven en
ander pluimvee toe, dat hij dan als het ware levend
verscheurde en opat, als een echte wildeman. Er was
toen nog geen dierenbescherming zoals nu. Aan de
ingang moest men entreegeld betalen. Dit. was dan voor
de Wildeman en 't Houten Muziek.
Wanneer Mex, ook al speurde hij niet zo nauw, zijn
huisje wilde opfrissen, deed hij dit op zijn eigen
manier. Het huisje werd binnenin witgekalkt, en ééns
dit werkje gedaan, slachtte Mex een konijn, en dit
konijn hield hij:dan in de hand en zwierde het in. het
rond, terwijl het uitbloedde. Zodoende kwamen er her
en der bloedspatten op de witte muren. Dan pochte
Mex:"'men spreekt steeds van schilderen, is dit niet
schoon geschilderd ?" en beschouwde dit alles toen als
een grap. Mex zegde: "Het diertje moest toch dood, ik
kon het toch niet levend opeten?".
We zullen het later
nog hebben over volkstypen uit de overloopakkers.
Nog even deze kleine
anekdote:
Ik was op bezoek in
de Meerstraat, Boterhaard bij de oudste inwoonster van
Zogge, Jeannette De Clercq, 95 jaren oud. Bij haar
vroeg ik om inlichtingen over het oude Zogge, want
Jeannette is nog goed van geheugen en even goed ter
tale. Toen ik zo met haar praatte kwam er een fijne
mijnheer, een valiesje in de hand, binnen. Van in haar
zetel vroeg ze wat hij verlangde. Hij sprak: " Ik kom
als getuige van Jehova.".
Jeannette kende dit soort personages, veerde recht uit
haar zetel als een jonkheid, ging tot bij de heer en
sprak heel beleefd: "Mijnheer, toen ik klein was, en
de klokken te Zogge luidden riep mijn moeder ons samen
buiten en sprak: hoort kinderen, hoe schoon de klokken
luiden. God zij gebenedijd. en denk erom dat elke stap
die ge doet er een is op Gods aarde. Laat verder Gods
water op Gods akkers lopen, en leef onverstoord,
ondanks alle tijden, in uw geloof verder".
Deze Jehovagetuige moest dus zelf niet preken, en
vroeg verbaasd aan mij: " Hoe oud is deze vrouw?"
Hij keek heel verwonderd toen ik zegde nog maar 95
jaar. Hij vertrok met de wijze raad van Jeannette op
zak.Toen hij weg was had Jeannette heel veel plezier,
en voelde zich gelukkig, en lachte hartelijk omdat ze
hem zelf deze wijze raad had gegeven.
Ik was waarlijk
verrast door de vitaliteit van Jeannette, die uit haar
zetel veerde, en als een profeet deze wijze woorden
sprak. Wij wensen zeker dat ze 100 jaar wordt.
Misschien overleeft ze ons nog allemaal.
door Jerome
Vercammen.