Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons
Dorp". Deze artikels worden gepubliceerd met het akkoord
van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.
In ons vorig nummer
bespraken wij de houden graanwindmolen van Hooigat
Hamme-Zogge. De laatste mulder was Emiel Van Hecke,
beter gekend als Miel David. Deze familie Van Hecke
was een molenaarsfamilie. De molen te Hooigat was
achtereenvolgens eigendom van Benoit, Jozef en Emiel
Van Hecke.
Nog een andere
windmolen te Zogge was een stampmolen, dus een molen
die olie uit lijnzaad (vlaszaad) perste of beter
gezegd stampte.
Dat ging als volgt:
drie zware eikenhouten balken, bijna ganse bomen
werden door een raderwerk omhoog getrokken, en ploften
steeds om beurten in een bak met lijnzaad waarin een
sterke rooster lag De olie werd er zo uitgestampt en
droop door het rooster in een vat of een kuip. Wat
overbleef waren grote brokken, deze werden lijnkoeken
genoemd. Het was toen krachtig veevoeder.
Deze molen stond
tussen Zogge en Ekelbeke, daar waar nu het huis nr. 34
staat (thans bewoond door Paul Van Goethem), rechtover
de Kerkwegel en was eigendom van de familie Petrus
Raemdonck te Ekelbeke.
Maar het huis Nr 34
was niet het molenhuis. De molen stond ook niet aan de
straat, maar een 150-tal meter van de baan, alsook het
oude molenhuis met magazijn en bergplaats. Dat was een
sterk gebouw met zware eiken balken als bomen, een
sterke zoldering om de zware zakken lijnzaad en
lijnkoeken te kunnen dragen.
Het huis was in oude
stijl, een sterk werkmanshuis met ernaast de grote
houten windmolen, die midden de graanvelden stond en
tijdens de zomer samen met het molenhuis en magazijn
een prachtig, schilderachtig zicht gaf.
De laatste mulder op
deze stampmolen was François Van Hecke (Sooi David),
een broer van Emiel David, de laatste mulder te
Hooigat. François was getrouwd met Filomena (Mina)
Verlee, afkomstig uit de Overloopakkers. Zij huurden
de molen en afhangen van de familie Petrus Raemdonck.
Ook te
Zele-Mispeleer stond een stenen graanwindmolen, met
als laatste mulder Xeverinus Quintelier en ook hier
was de voorlaatste mulder een Van Hecke. De familie
Van Hecke was dus wel degelijk een molenaarsfamilie.
De stampmolen te
Ekelbeke was zeer bedrijvig: landbouwers en handelaars
reden met driewielkarren, wagens en ook kruiwagens,
heen en weer om lijnzaad aan te brengen en vaten
lijnolie en lijnkoeken weg te brengen. Deze molen
hoeft zo gewerkt tot na de oorlog 14 -18, is dan
blijven stilstaan, in verval geraakt en in 1924 verder
afgebroken. Toen de molen niet meer werkte en op zijn
einde wachtte, was hij veelal een speelplaats voor
kinderen die er voor spook speelden met uitgeholde
bieten en een kaars erin, want er was een legende van
het molenspook.
Zo is er een
anekdote, verteld door Cesar Vercammen, die toen met
Cesar Willaert vriendjes waren van Arthur Van Hecke,
de molenaarszoon. Deze vrienden hadden reeds veel
horen vertellen dat katten die van hoog vielen, zich
niet bezeerden en steeds op hun poten terechtkwamen.
Zo besloten de drie de proef op de som te nemen.
Arthur de molenaarszoon wist de huiskat te
verschalken. Die werd in een zak gestopt en onze drie
vrienden klommen met zak en kat in de molen, tot bij
het hoogste kijkgat.
Daar schudden zij de kat naar buiten uit de zak, vol
vertrouwen dat ze zich niet zou bezeren en op haar
poten zou terechtkomen. Onze vrienden renden dan naar
beneden, zo snel ze konden, in de hoop de kat te zien
wegvluchten.
Maar o wee, daar voor hun voeten lag Minepoes tot hun
verbazing morsdood. De proef had uitgewezen dat het
fabeltje van de katten die altijd op hun poten vielen,
leugens waren.
Arthur de
molenaarszoon die dit fabeltje goed geloofd had, was
zeer onder de indruk en huilde om zijn lieve poes en
was niet te troosten. Cesar Vercammen en Cesar
Willaert bekeken het geval vrolijker maar knepen er
liefst gauw tussenuit en lieten hun vriend Arthur
alleen afrekenen met moeder Mina.
Na de verdwijning
van de molen in 1924 bleef nog het molenhuis met
afhangen staan, en werd nog bewoond door de familie
François Van Hecke. Omstreeks 1930 werd het oude
molenhuis ook afgebroken, zodat er thans niets meer
van overblijft. Er werd dan een nieuw huis aan de
straat gebouwd dat er thans nog staat en bewoond is
door de heer Paul Van Goethem.
Do molen was zeer
oud, wellicht uit de jaren 1600. Wij weten het niet
zeker en weten ook niet van voorgaande mulders.
Wij vragen onze lezers, dat wie meer van deze molen
weet, het ons kenbaar maakt. .
Van Ekelbeke gaan
wij verder naar de Kruisbeeldstraat tot Kaaldries.
Daar hadden we nog twee windmolens.
De eerste stond waar
nu het huis nr. 41 is, dat bewoond is door dhr
Roels-Verdonck, zoon van de laatste molenaar. De molen
is steeds van vader op zoon overgegaan. Hij werd dan
ook de Roelsmolen genoemd.
Het was een grote
stenen molen. Het molenhuis dat er nu nog is was toen
ook een herberg met als uithangbord "In de stenen
molen". Het was een gekende en drukbezochte herberg.
Landbouwers die graan brachten of meel afhaalden en
handelaars waren de klanten en menige handelszaak werd
tussen kaartspel of tussen pot en pint afgesloten. Ook
Frans en Louis RoeIs, de beroemde Hamse kampioenen
beroepsrenners, waarover wij later nog zullen
schrijven, waren van deze molenaarsfamilie.
Een 200-tal meter
verder, waar het huis Nr 41 staat, voorbij café
"Welkom" stond dan weer een 100-tal meter van de
straat, een stenen stamplijnoliemolen, eigendom van de
familie François Moortgat-Van Driessche van
Ekelbeke-Zogge, die destijds de toegewijde voorzitter
was van ons Houten Muziek.
Dhr François Moortgat was in de volksmond gekend als
Sooiken Moortgat en was gehuwd met Sjoo Van Driessche,
de zuster van Louis Van Driessche, die destijds
vrijwilliger pauselijk zouaaf was geweest in de strijd
om de pauselijke staten in de jaren 1869-70. Louis was
ook een voormalig voorzitter van 't Houten Muziek.
De zuster van
Sooiken Moortgat was gehuwd met dhr Petrus Heirman en
zij hadden hun hoeve en huis te Ekelbeke, daar waar nu
het café Florimond Peelman is. De oude hoeve is
afgebroken en verdwenen.
Helena, een dochter
van Petrus Heirman, huwde in 1924 net dhr. Remy De
Vos, molenaar te Zele Hoek, maar werkelijk op
grondgebied Lokeren. Zo komen wij langs Zogse mensen
in contact met de molenaarsfamilie De Vos.
De familie De Vos
woont nog steeds op het oude molenhof, dat thans
nieuwbouw is, terwijl het oude verdwenen is. Mevrouw
Remy De Vos, Helena Heirman, is thans 82 jaar. Remy,
haar echtgenoot, overleed in 1973 op 82-jarige
leeftijd. Mevrouw Helena verschafte ons bereidwillig
inlichtingen aangaande de molen.
Zoals het in oude
akten geschreven staat was het een houten
staakgraanwindmolen. Volgens akte werd deze molen met
hof en afhangen openbaar verkocht ten jare 1869 den
22ste december 's namiddags ter herberg der kinderen
De Wilde te Zele Hoek.
Deze herberg stond
op de hoek van de oude Lokerenbaan en de Hoekstraat.
Het huis is er nog als burgerhuis en was laatst café
Mechant.
Verkoopster van de
molen was Juffrouw Catharina Bellon, grondeigenaarster
te Lokeren. De verkopende notaris dhr. Amandus Schieks
te Zele. Steeds volgens akte moest elke opbieding met
ten minste 10 fr. zijn, waaraan we zien welke waarde
10 frank toen nog had, terwijl het nu zelfs geen glas
bier meer waard is.
Er waren 2
verkoopsdagen, de eerste op 22 december 1869. Toen
werden molen en afhangen voorlopig toegewezen aan
Judocus De Vos landbouwer te Uitbergen, voor de som
var! 7500 fr. Deze was de grootvader van de laatste
mulder Remy De Vos.
De tweede verkoopdag had plaats op 5 januari 1870, 's
namiddags in dezelfde herberg. Er waren dan nog
liefhebbers en de koopsom werd gebracht op 9500 Fr met
als laatste bieder Judocus De Vos aan wie dan ook de
molen en afhangen werden toegewezen.
Volgens akte moest
deze koopsom betaald worden in gouden of zilveren
muntstukken van tenminste 5 frank, geen papier of
kopergeld, dat men toen als waardeloos beschouwde.
Judocus De Vos kwam
dan met zijn vrouw Marie-Josepha Blanquaert het erf en
de molen bewonen als mulder. De molen draaide lustig
door tot 1886. Dan heeft Judocus de molen verkocht aan
zijn zoon Camiel De Vos, waarvan akte opgesteld door
notaris Philippe Meeus te Zele, met goedkeuring der
kinderen, en door hen mede ondertekend. Onder hen was
ook dhr Karel Lodewijk De Vos, molenaar te Hamme.
Deze
was de mulder van de stenen graanwindmolen "Napoleon",
die stond in de Rode-Lieve-Vrouwstraat te Hamme, thans
Vlierkouter.
Deze molen staat er nu nog en is nog steeds eigendom
der familie De Vos. Het is de laatste van de vele
molens die te Hamme gestaan hebben en hij wordt nu
geklasseerd. Tevens wordt hij nu gans hersteld door de
van oudsher gekende molenmakersfamilie Mariman van
Zele.
Ook volgens akte
blijkt dat aan de molen te Zele Hoek een
stoommaalderij was toegevoegd, die gebruikt werd als
er geen of te weinig wind was. Maar bij de verkoop was
in de akte vermeld dat dit stoomtuig onbruikbaar was.
Dus ook daar had, net zoals te Zogge-Hooigat, de oude
windreus de stoommachine overleefd.
Op zijn beurt liet
Camiel De vos en zijn vrouw Louise Wouters in 1924 de
molen over aan hun zoon Remy en zijn vrouw Helena
Heirman voor de som van 11.400 fr. Remy was er nog een
tweetal jaren mulder maar door de opkomende
mechanisatie was de molen niet langer renderend en
werd deze reus geveld. Zo sneuvelden de molens de
een na de ander en verdwenen ze uit onze landschappen,
waarvan ze eeuwenlang het romantische sieraad waren en
model stonden voor onze schilders.
Ook in liederen,
vertellingen en boeken hebben de molens een grote rol
gespeeld. Denken wij maar even aan het liedje "Daarbij
die molen, waar ik mijn allerliefste vond", dat ook
heden ten dage nog graag gehoord wordt. Nu wil men de
allerlaatste overblijvende windmolens met alle
middelen voor het nageslacht bewaren.
In ons vorig nummer
was er een raadsel als volgt:
Vier wijven,
Zitten al grollend en kijvend
achter elkaar
en kunnen elkaar niet krijgen.
Ziehier de
oplossing: het zijn de 4 molenwieken die krakend en
ronkend draaien in volle vlucht.
.
Inlichtingen:
Mw Remy De Vos, Helena Heirman.
Cesar Vercammen
Ouderen van Zogge
Door Jerome Vercammen