Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons
Dorp". Deze artikels worden gepubliceerd met het akkoord
van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.
Het Hoornmuziek in
de Meerstraat
Na het houten muziek
te Zogge, in 1849, kwam ook ten jare1873 in de
Meerstraat een fantasie-muziek tot stand, en wel een
hoornmuziek. .Men speelde op uitgeholde dierenhoorns,
en er waren er heel merkwaardige bij, van wel één
meter lang, en van echte hoorn gemaakt.
Het was
de heer Martin
Lenssens, die de bezieler en jarenlang de kapelmeester
was van deze aloude maatschappij. Later was het de
heer Armand Audenaert die kapelmeester was. Hun eerste
lokaal was in de reeds lang verdwenen herberg en
winkel van Puylaerts, laatst bewoond door de heer
Alfons Van Kaer.
Daarna was hun lokaal in de herberg "Cairo", bij
Petrus Waterschoot, in de volksmond "Peet De Bolle"
genoemd, en later bij Basiel Achten.
Jarenlang kende deze maatschappij een bloeitijd, zij
hadden een prachtig, nog bestaand, vaandel, met de
kenspreuk "De ware vrienden". In de jaren 39-40 kwam
er een inzinking. In 1971 heeft men terug de
maatschappij op gang gebracht, wat wel gelukte, maar
weldra had men moeilijkheden om nog spelende leden
genoeg te krijgen. En zo was er een nieuwe inzinking.
Enkele getrouwen houden de maatschappij in stand, in
de stille hoop, dat het beter wordt, en de oude pret
en leut weer aan bod komt.
De Bolmaatschappij
in de Meerstraat
Ook was er in de
Meerstraat een bolmaatschappij. De leden moesten om de
maand een soort lidgeld betalen.
Wanneer het dan betaaldag was, ging de tamboer der
maatschappij rond de wijk. En na tromgeroffel riep hij
uit dat het betaaldag was. De leden-bolders
beantwoorden deze oproep getrouw, en togen. naar het
lokaal om aan hun verplichtingen te voldoen. Deze
betaaldag ontaarde meermaals in een Breugeliaanse
drinkdag met leute en plezier. De tamboer was Bernard
Windey beter gekend als "den tit-bal". Deze naam kreeg
hij door het feit, dat wanneer hij trommelde dit
steeds een klank gaf als 'tit-bal.tit-bal'.
Deze bolmaatschappij
is ouder dan het Hoornmuziek en zij is de oudste
maatschappij van de Meerstraat., In de jaren 1935 of
daaromtrent heeft ze opgehouden te bestaan.
Het Ketelmuziek in
Hamme-Zogge
En te Zogge, waar de
fantasie-muzieken ontstonden, was er ook wel een
voorloper van 't Houten Muziek, namelijk het
Ketelmuziek, dat wel geen maatschappij was, en enkel
op straat kwam bij koddige gebeurtenissen.
Zo is dit
ketelmuziek een laatste maal op stap geweest na
de oorlog 14-18 in de jaren 1921, toen het duivenspel
te Zogge op een hoog peil stond.
De heer Alfons Vercammen, in de volksmond "den Trific"
had goede duiven, en daar pochte hij gaarne mee.
Zo was er een groot concours, en den Trific had met
zijn vrienden een wedding.aangegaan dat hij zeker met
zijnen blauwen de eerste prijs ging wegkapen. Op de
grote dag stond Fons Trific vol hoop de lucht af te
turen naar zijn blauwen, maar tevergeefs: Toen
tenslotte de duiven van zijn vrienden reeds lang thuis
waren, kwam zijnen blauwen opdagen, veel te laat, en
buiten prijs.
Hij verloor
natuurlijk de weddenschap, maar daarmee was de kous
niet af. De heren Achiel Goossens, de timmerman, Leon
De Ridder, smid, en Desiré De Vlieger staken de koppen
bijeen, en hielden mobilisatie van het Ketelmuziek. En
ze kwamen allemaal opdagen, met potschelen die tegen
mekaar geslagen werden, potten, pannen, en
allerlei andere voorwerpen waarop getrommeld of
geslagen werd. Het grote slagwerk, dat de groskes
moest zijn, bestond hierin; een oude Leuvense
stoofbuis, waaraan 4 kettingen bevestigd waren, en
door 4 sterke mannen over de hobbelige kasseistenen
werd voortgetrokken, omhoog getrokken, en dan met een
plof terug op de stenen werd neergelaten.
Zo vertrok dan van midden Zogge dit "muziek" met
oorverdovend lawaai, en gevolgd door een gierende en
lachende menigte naar de herberg "De Velodroom" bij
Alfons Vercammen, op den Blauwe hoek (Bookmolenstraat)
om deze overmoedige duivenmelker een serenade te
brengen.
En Fons Trific
speelde het spel mee. Een duivenkorf prijkte boven de
deur, en allerlei koddige versierselen waren
aangebracht. Na een stuk ketelmuziek te hebben
gespeeld, verscheen den Trific in de deur en
kapelmeester Achiel Goossens gaf prompt een hulderede
ten beste, en beklemtoonde dat onze moedige
duivenmelker enkel door onkans uitgesloten was, om de
reden dat zijnen blauwen duiver opgehouden was te
Dendermonde voor de opengedraaide brug, enz. Daarna
dankte den Trific ontroerd, en zonder veel omhaal gaf
hij een vat bier voor de spelers.
Na nog een zwaar
stuk ketelmuziek, gejouw en handgeklap, was het vat
in korte tijd leeggetoeterd. Daarna werd er
natuurlijk nog, een flink stukje gedronken, en Fons
Vercammen deed gouden zaken. Die meiavond ging het er
op Zogge vrolijk aan toe, iedereen lachte en gierde,
en er was gezonde pret. De herbergen, en er waren er
vele, deden goede zaken, en zo wisten onze voorouders,
ondanks hun zogezegde armoede, er de moed in te
houden, en hadden steeds leute en plezier, veel
meer dan onze verwende mensen in deze tijd van komfort
en overvloed. Er was meer: eendracht en genegenheid
voor elkaar, en men kon tegen een goede grap. Terecht
spreekt men van de goede oude tijd.
In deze rubriek
"Oude maatschappijen" hebben wij nog veel te
vertellen, over de oude duivensport en maatschappij,
de wielervelodroom, de kaatssport, de bolmaatschappij
(verkensgilde), de Koninklijke fanfare enz, enz.
Daarom geachte leden
doen wij nogmaals beroep op U, en vragen uw
medewerking, om als U iets weet van het oude Zogge en
omliggende, het ons kenbaar te.maken.
Wij willen er u nogmaals aan herinneren, dat ieder lid
van onze,Kring en maatschappij het recht heeft
artikels over ons verleden in "Ons Dorp" te laten
verschijnen, als ze maar niet kwetsend voor onze
medeburgers, of niet in strijd met goede orde én zeden
zijn.
Wij vragen u, beste leden, hiervan gebruik te willen
maken en rekenen op uw medewerking.
door Jerome
Vercammen.