Zogge - Heemkunde

Naar een boek samengesteld door Cyriel Vercammen:

ZOGGE van verleden tot heden
Home Zogge
Het boek Heden Retro Site map Gastenboek Gazet van Zogge  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Heemkunde

Oude molens te Zogge: Het Hooigat.

Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons Dorp" anno 1973. Deze artikels worden gepubliceerd met het akkoord van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.

Deze rubriek wil beschrijven wat geweten is over wind-, water- en stoommolens te Hamme Zogge en omstreken.

De laatste in Zogge nog gebruikte molen stond te Hooigat op het hof thans bewoond door Louis Van Damme. Deze Van Damme zijn vrouw is Gabriëlle Van Hecke, een dochter van de laatste molenaar Emiel Van Hecke.

De molen op het Hooigat, een schilderij van Jozef Goethals.

Deze laatste molen was een grote eikenhouten molen, die op een hoge, aangevulde molenberg stond. De aarde voor deze molenberg is naar alle waarschijnlijkheid aangebracht uit aldaar gegraven sloten en wallen, waarvan er heden ten dage nog overgebleven zijn. Wellicht werd ook aarde bijgebracht uit uitgravingen in de Moernen, want het was een grote en hoge berg.
Deze berg was steeds een pleisterplaats en speelplaats voor de kinderen, die er zich op allerlei manieren vermaakten: zich van de berg laten rollen, loopkoersen inrichten en ook koersen met banden. Dit bandenspel was in het verleden een zeer veel beoefend kinderspel dat erin bestond een ronde ijzeren of houten hoepel vooruit te doen bollen door er met een stok op te slaan.
Later kwamen oude fietswielen in gebruik, die men voortduwde met een stok in de bandengleuf. Zo zag men ‘s zomers hele benden kinderen met allerlei soorten banden en hoepels naar de molenberg hollen, waar zij dan koersen organiseerden langs Moernestraat en Hooigat, met. aankomst op de Molenberg. 's Winters bij sneeuwweder togen de kinderen weer naar de Molenberg en lieten zich in de sneeuw naar beneden glijden. Ook met hun sleden lieten ze zich naar beneden ritsen. Het waren er dan waarlijk Zwitserse wintersporten! Het was daar destijds voor kinderen heel prettig.

Wanneer men door de hoogste kijkgaten naar buiten keek had men een prachtig en onvergetelijk zicht op tientallen molens die doorheen het landschap draaiden. Richting Zele stonden er zelfs 4 op een rechte lijn!

Wanneer de molen met volle zeilen draaide was er een vervaarlijk gekraak en gegrom en zoemden de zeilen die als het ware achter elkaar aanzaten. Menig landbouwer had het lastig om met zijn paardenspan voorbij de molen te geraken want vele paarden wilden er niet voorbij en steigerden. Waarlijk, als de molenwieken in volle vlucht waren, was de molen een vervaarlijk tuig.

Nog een voorbeeld van een houten molen (Rullegem)

Deze molen was een graanmolen, had steeds veel werk en was destijds in de omtrek gekend om het goede meel dat hij voortbracht. Men maalde steeds tarwe, rogge:en maïs die met een molenaarskar aangevoerd werd. Dit was een zware huifkar met drie wielen, getrokken door één of twee sterke paarden, waarmede de molenaar of de molenaarsknecht de ronde deed bij de boeren om zakken met graan dat gemalen moest worden, op te halen.
Achter aan de kar hing een klein laddertje dat dienst deed om de zakken op de kar te dragen, want met deze graanzakken sollen was een zwaar werk en het waren enkel sterke kerels die dit aankonden.
De ronde gedaan reed de zwaar beladen kar de berg op tot voor de molen waar de zakken met een koord en een katrolsysteem in de molen omhoog werden getrokken. Als er dan gemalen was werden de zakken meel weer met het katrolsysteem naar beneden op de kar geladen en weer werd bij de landbouwers de ronde gedaan om het gemalen meel af te leveren en weer graan aan te voeren.

Ook voor bakkers werd gemalen. Dat was dan het tarwemeel voor het goede boerentarwebrood dat heden ten dage zo zeer op prijs gesteld wordt. Zoals het tarwemeel echter ten dien tijde door de wind gemalen werd, zo kan men het nu niet meer krijgen: het is steeds namaak. Want het met een machine gemalen meel is lang niet zo goed als het met de wind of het water gemalen meel.
Deze met wind of water gemalen tarwe was omzeggens met de pel er in, terwijl machinaal gemalen meel verhit is en de pel eveneens fijn gemalen en verhit is geweest zodat het beste van het graan verloren is gegaan. Zo hadden onze voorouders steeds echt natuurbrood.

Bij de laatste molenaarsfamilie te Zogge Hooigat was het de molenaar Emiel Van Hecke zelf die steeds met de zware molenaarskar de ronde deed bij de landbouwers, terwijl zijn zoon Frans steeds met kennis van zaken de molen bediende en dus in feite de molenaar was. Frans was dan in de streek ook goed gekend en men roemde zijn molenaarskunst.

Een molen bedienen en goed meel malen was in die tijd een hoog aangeschreven beroep. Men moest een goede weerkenner zijn en bij veel of weinig wind moest men volgens de omstandigheden de zeilen weten te spannen en in de molen zelf het remmenstelsel goed kunnen bedienen, want wind is wispelturig.
Bij felle wind was het meteen te geweldig, en dan weer te zwak. Men moest dan met het remmenstelsel het zo weten te regelen dat de stenen regelmatig draaiden. Molenaarszoon Frans Van Hecke was daar een meester in en zo leverde de molen van 't Hooigat steeds het beste graan en was erom gekend.

Van oudsher had de molenaarsgeneratie zijn eigen kentekens om het gewicht der zakken meel en graan aan te duiden. Een taaltje dat enkel molenaars kenden. Ook molenaar Emiel Van Hecke en zoon Frans gebruikten traditiegetrouw deze mulderstekens. Frans werd geboren op 3 februari 1905, is nu een kranige zeventiger en woont in de Sint-Annastraat te Hamme Sint-Anna. Hij is waarschijnlijk één der laatste actief geweest zijnde windmolenaars. Hij is ook zeer goed op de hoogte van de aloude mulderstekens.

De hoofdaanduiding was 50 kg en werd als volgt aangebracht:

Een streepje door de haak was telkens 10 kg. Zelden ging een zak méér dan 80 kg.

Voor minder dan 50 kg:

Dus, een rechte streep door de haaklijn is 10 kg, een schuine streep door de winkelhaak is 5kg en een streepje tot tegen de haaklijn is 1 kg.

Nog enkele voorbeelden:

Dit is het gewichttaaltje dat sinds eeuwen zeer strikt enkel door molenaars werd gebruikt.

Nu en dan moesten de zeildoeken van de wieken een onderhoudsbeurt krijgen. Ze moesten dan van de wieken genomen worden, wat steeds een zware en gevaarlijke karwei was men moest namelijk op de wieken klimmen, wat hoog was en niet gemakkelijk. Daarna werden de zeildoeken open gespreid en overgoten met lijnolie, waarna ze bestrooid werden met rood loodmeniepoeder, dat dan met een ruwe borstel werd ingewreven. Als dit werk gedaan was, kwamen .de bewerkers er voor als echte roodhuiden. En dan moest men weer met de zware zeildoeken op de wieken klimmen om ze er terug aan te bevestigen, wat nog lastiger was dan ze er af te nemen.
Molenaarszoon Frans was steeds de leider van dit zware werk samen met muldersknecht Achille De Bus, die veel durf had om tot het uiterste op de hoge wieken te klimmen. Ook werd jaarlijks het dak van de molen met teer bestreken, wat ook niet zo gemakkelijk was. Molenaar Frans weet daar van mee te spreken.

Het oude molenhuis dateert, benevens kleine veranderingen zoals grotere vensterramen, van 1645, dit volgens de cijfers gevormd door de ankers in de muren. Waarschijnlijk was de molen van datzelfde jaar, volgens inkervingen in een eiken balk in de molen

De oudst gekende mulder was Benoit Van Hecke. In zijn tijd beleefde men de opkomst van de stoommachine en reden de eerste stoomtreinen. Benoit, die een vooruitstrevend man was, deed met de vooruitgang mee en liet een stoommachine plaatsen. En voor dat doel werd dan ook een nieuwe maalderij gebouwd met een hoge schouw voor de stoomketel.
Deze stoommachine werd ingeschakeld als er geen of weinig wind was. Benoit liet dan de molen over aan zijn zoon Jozef. De stoommaalderij werkte uitstekend tot de oorlog van 14-18 maar uiteindelijk was de machine versleten en werd tijdens de oorlog ontmanteld. Ook de hoge schouw werd afgebroken.
De oude reus van 1645 overleefde de stoommachine en draaide lustig door. De gebouwen van de oude stoommaalderij staan er heden ten dage nog. Men kan het zware bouwwerk van de stoomketel en stookplaats nog zien, en de maalderij met de zware eikenhouten balken, als het ware ganse eikenbomen.

Tijdens de oorlog 14-18 was tussen de stenen pijlers waarop de molen rustte een goede geheime bergplaats om graan, meel, aardappelen, enzovoort te verbergen. Het was daar hoog en droog. Er was een uitgraving gedaan en daar verborg men dat alles. De slimme Duitsers, die meermaals op de molenhoeve op onderzoek geweest waren, hadden nooit gedacht tussen, de pijlers van de molen te zien.
De geschiedenis van pastoor Baetens die ten tijde van de Franse overheersing op de molen was gevlucht, is reeds in vorige nummers verhaald.

De heer Emiel Van Hecke, die in de herberg " ’t Moleken "woonde, waar nu de hoeve Baert-De Block is, kocht dan de molen met molenhuis van Jef Van Hecke en werd daarmee de laatste mulder op deze molen. Het was zoon Frans die zich daar als een bekwame mulder ontpopte.

Vader Emiel Van Hecke had.4 zonen, David, de oudste, gehandicapt, was onbekwaam om te werken maar niettemin steeds vrolijk en met een goede handelsgeest. Verder waren er nog Frans, de mulder, René en Theodoor, de jongste. Er waren ook nog drie dochters, Gabrielle, Paula en Maria. Naast maalderij was het ook nog een bedrijvige boerderij zodat elk zijn werk had. Theodoor, die de jongste was, vertoefde dan ook veel op de molen bij broer Frans om hem behulpzaam te zijn.

 

Een voorbeeld van het raderwerk in een molen

In de herfst wanneer, er een storm opstak was elk dan ook druk in de weer om op de molen alles te sluiten, de zeilen, de wieken en binnen ook het raderwerk goed vast te leggen. Men beleefde dan soms angstige uren Maar de oude reus tart reeds eeuwen de beukende stormen. Wanneer dan toch averij en breuk aan de molen was, was het een gekende molenmakersfamilie die voor herstel moest zorgen. Heden ten dage nog is deze familie gekend als molenmakers en nog menige overblijvende windmolen wordt door hen hersteld. En de molen draaide steeds rustig door.

Ook de maalstenen moesten steeds gekapt of geslepen worden, wat weer een speciaal ambacht was. Hier was er een molensteenkapper, gekend onder de bijnaam "de proest", die de streek als zwerver afreisde om bij de vele molens van toen de molenstenen te herkappen.
Wanneer dan de Proest door ouderdom zijn werk niet meer kon doen, was dit voor de molenaars een groot verlies.
Maar mulder Frans had het wel van de Proest afgekeken en geleerd en dit werk deed hij dan ook met kennis van zaken zelf. Zo draaide de oude reus steeds door.

Tot 1925, toen Frans zijn werk deed en de molen in volle vlucht was, kwam er plots een breuk aan de molenas, het raderwerk viel stil. Het was alsof de oude reus door een hartaderbreuk getroffen was. Frans verwittigde vader, zeggende : "De molen is kapot en zal niet meer draaien".
Bij nader onderzoek en in overleg met de familie Mariman, molenmakers uit Zele, kwam men tot het. besluit dat de kosten te hoog zouden oplopen, en mede door het feit dat windmolen achterhaald werden door de opkomende mechanisatie en elektriciteit, en dat de molen niet zo renderend meer zou worden. Zo werd besloten hem niet meer te herstellen.

Eens ontmanteld stond het machtige gevaarte nog recht op zijn pijlers. Het werd dan verder ontmanteld tot men hem met mankracht zou neerhalen. Dit moment gekomen, toog heel het dorp naar het Hooigat om de reus te zien sneuvelen.
Ook de schoolkinderen waren van de partij. Maar toen het, er op aankwam, was het tijd voor de school en de kinderen sloten een verbond, dat geen enkele naar school zou gaan vooraleer de reus geveld was.

Daar stond de oude molen afgetakeld, als een stevig gebonden reus. Zo werd hij dan krakende, alsof hij wilde protesteren neergehaald, met een enorme stofwolk en een oorverdovend lawaai stortte hij neer. Ratten en muizen zag men naar alle kanten wegvluchten. Een klopjacht op ratten werd ingezet en vele sneuvelden tot groot jolijt van de kijklustigen.
Dan togen de kinderen pas naar school, maar de meester was woedend en allen moesten op rijen voor lange tijd op de knieën gaan zitten.
Zo eindigde dan het fiere bestaan van deze molenreus.

Ook te Ekelbeke stond een molen. Deze was een stenen molen en was een stampmolen, die lijnzaad plette voor lijnolie. Ook deze molen zullen wij later bespreken alsmede oude minder bekende Zogse molens.

Volgens getuigenis van molenaar Frans Van Hecke.

door Jerome Vercammen.


Parochie | Verenigingen | Zogse agenda  | Weetjes | Dialect | Wandelingen en fietsroutes | Heemkunde

    Copyright © 2003 Virtueel Zogge.   Web: Dany. Mail: info@zogge.be