Zogge - Heemkunde

Naar een boek samengesteld door Cyriel Vercammen:

ZOGGE van verleden tot heden
Home Zogge
Het boek Heden Retro Site map Gastenboek Gazet van Zogge  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Heemkunde

Over misdienaars en schetenvangers.

Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons Dorp". Deze artikels worden gepubliceerd met het akkoord van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.

VIJF JAREN MISDIENAAR.

Bij dit deel over de misdienaars - schetenvangers wil ik, Jerome, het woord nemen.

Ik was vijf jaar lang misdienaar in ons stemmige dorpskerkje te Hamme-Zogge. Toen ik een kleine jongen was, zo rond de jaren 1926, waren de gebroeders Achiel en Julien Segers de vrome misdienaars. Toen Julien zich geroepen voelde om pastoor of pater te worden, en ontslag nam voor zijn studies, moest pastoor De Mangelaere uitkijken naar een nieuwe misdienaar. Ik was in die tijd zowat zijn kleine vriend, en zijn keuze viel op mij. Mijn moeder, Stefanie Goossens, een diep christelijke vrouw, zat daar ook wel voor iets tussen. Ook mijn vader, Cesar, was misdienaar geweest. Zo werd ik de plaatsvervanger van Julien. Ikzelf was er fier op, en mijn moeder was gelukkig, haar enige zoon had een bediening in de kerk,

Onze schoolmeester - hoofdonderwijzer had de cumul ook koster te zijn, en zo kwam het dan dat ik na de school moest blijven om de stiel te leren. Ik kreeg meteen het boekje "Gids voor misdienaars" met al de Latijnse woorden, en wat de misdienaar daarop met luider stemme moest antwoorden. Het moeilijkste was wel het confiteor aanleren, maar ook dit kwam voor mekaar. Ik moest dar ook een tijd voor Julien vertrok alle dagen vooraan in de kerk tijdens de mis in de dis gaan zitten, mijn ogen de kost gevend om te zien hoe het moest.

Ook de eerwaarde zusters mengden zich in de zaak, en bij vrije tijd moest ik dan naar het klooster, om ook daar de les gespeld te krijgen. Met al dat had mijn vrije speeltijd een hele deuk gekregen, en dat viel niet al te best mee. Maar daar was mijn moeder om te zeggen dat het allemaal ter ere Gods was. Ze haalde er nog de spreuk bij: "Wie in de kerk een nagel heeft om er zijn muts op te hangen zal nooit slecht varen". Dit om mij op te beuren en er de moed in te houden.

Eindelijk dan was het de grote dag, en moest ik de plaats innemen van Julien. Van toen af was Achiel mijn directe leermeester, die mij aanwees wanneer er moest gebeld werden, wijn en water aangebracht, het misboek verplaatst, enzovoort. De nonnen, die vooraan in de kerk zaten, volgden stipt mijn handelingen, en als iets niet naar hun zin was werd ik naar 't klooster geroepen om daar met veel omhaal. op dit en dat te worden gewezen. Volgens het seizoen kreeg ik daarna een appel of een noot. Mijn beste leermeester was de pastoor die mij zegde mij van de nonnen niet teveel aan te trekken. Achiel, die wat ouder was dan ik, leerde mij in dezelfde zin.

In het begin werd het misboek al eens te vroeg overgedragen, te vroeg of te laat met de bel of de wijn, maar tenslotte leerde ik het vak.

Achiel en ik stelden het goed. Moeder was er elke morgen tijd bij om mij uit bed te trommelen, zo kwam ik elke dag te vroeg bij Achiel om op te stappen naar de kerk. Achiel, die ouder was dan ik, moest tenslotte thuis meehelpen in de kruidenierszaak van zijn vader, en zo kwam er terug een nieuwe misdienaar bij. Dit keer was het rakker Gilbert Tempels die bij de kerk woonde. Na Achiel was ik zowat de 'ancien' geworden, en moest ik Gilbert de knepen van het vak bijbrengen. Gilbert was alras ingewijd, en trok steeds goed zijn plan. Achiel werd intussen zowat de hoofdmisdienaar. Hij kwam niet alle dagen, maar wanneer er een bijzondere dienst was, zoals een huwelijk of begrafenis, was hij er. Hij werd zo stilaan de onderkoster zodat, als de koster al eens belet was, hij deze kon vervangen.

De maand mei vroeg een zware opoffering. Het was gedurende gans de Mariamaand 's avonds lof. Dat viel niet best mee! Wij waren dan, net als de Witte van Zichem, de velden in om vogelnesten te zoeken. In die tijd mochten wij in de daknokken van de pastorij en in de kerktorenholten de spreeuwennesten roven, en ook al eens de nesten van de kerkuilen. Wij hadden dan vele jonge. spreeuwen die wij verkochten aan onze schoolkameraden. De schoonste hielden wij voor ons, zo hadden wij dan afgerichte spreeuwen, die ook wel eens een woordje konden spreken... En zo kwam het dat ik al eens het uur voor loftijd vergeten was, en dan plots eraan dacht, of de klok reeds hoorde luiden. En dan was het lopen, lopen naar huis. Ook mijn moeder had het dan lastig. Zij hield het uur goed in de gaten, en als ik niet tijdig kwam opdagen was ze reeds op de loop om her en der te gaan zien of ik er niet was. Als ik dan eindelijk buiten adem kwam binnengestormd, kreeg ik reeds een hele litanie te horen. Dan vliegensvlug wassen, en snel naar de kerk, waar ik van de pastoor ook nog enkele vermanende woorden kreeg Maar hij was nogal begrijpend in die zaak. Na het lof was er dan nog de litanie van O.L.Vrouw, en wij ons maar haasten... Wij moesten antwoorden 'bid voor ons'. Wij deden dit steeds heel vlug, maar de E. zusters baden mee, en deden dit op meer plechtige wijze, zodat dit heel wat trager verliep dan onze 'bid voor ons'.

Zo ging het ook in de maand oktober, rozenkransmaand, dan was er elke dag na de mis rozenkrans te bidden, en wij moesten nabidden. Hetzelfde liedje, wij baden zo vlug mogelijk, de zusters op trage plechtige wijze, zodat het hele rozenkrans bidden niet zo vlot verliep. Weer kwamen wij in botsing met de nonnen, en werden naar het klooster geroepen, waar wij een hele litanie te horen kregen. Dit kwam ter ore van de pastoor die zei ons daar niet aan te storen. En de nonnen werden verboden nog met luider stemme mee te bidden. Wij hadden de slag gewonnen, en de rozenkrans was heel wat vlugger gedaan.

De zondagnamiddag waren er de vespers. Ook al een struikelblok voor rakkers -à la systeem 'De Witte'. Moeder troostte dan wel met te zeggen dat het ter ere Gods was, maar ja !

Bij huwelijken waren wij er als de kippen bij om na de dienst de jonggehuwden en hun getuigen. plechtstatig met een reliek van O.L.Vrouw te zegenen, en. hun proficiat te wensen, en zo in onze schaal wat drink(snoep)geld te ontvangen. Al naargelang de dienst en vrijgevigheid was dit meer of minder. Ook wanneer de gehuwden voor het altaar knielden was het de gewoonte dat er drinkgeld onder het altaarkussen gelegd werd. Dit was bestemd voor de koster en zijn helper, Achiel. Met nieuwjaar was het gebruikelijk dat er in alle diensten met twee schalen werd rondgegaan. Het omgehaalde geld was dan voor de misdienaars, en dat was steeds een goede dag. De pastoor preekte om de mensen aan te moedigen mild te geven, voor die jonge snaken, die een gans jaar hun best gedaan hadden.

Deze omhaling werd dan nog aangevuld met een gift door de pastoor, en zo waren wij die dag de koning te rijk, en alle leed was vergeten.

Dan, wanneer er een ernstig zieke was, die priesterhulp nodig had, kwam men meestal in de school of thuis een misdienaar oproepen, oen met 't Heilig sacrament en meneer pastoor mee te gaan, om de lantaarn te dragen, en onderweg steeds de bel te laten horen. Reeds bij het vertrek uit de kerk luidde iemand de kleine klok (kleppen) op een bijzondere wijze, zodat de parochianen wisten dat het H, Sacrament op tocht was naar een zieke in stervensgevaar. Een tweetal meters voorop stapte de misdienaar met lantaarn en bel., daarna volgde plechtig de priester met het H. Sacrament. Zo een tocht dwong eerbied af van allen die wij voorbijgingen Wielrijders stapten af, boerenkarren, wagens en auto's stopten, en de bestuurders ontblootten eerbiedig het hoofd, knielden en sloegen een kruis. Niemand, zelfs geen ongelovige, zou oneerbiedig geweest zijn. Menig keer heb ik dit meegemaakt, en aan menig ziekbed het confiteor gebeden.

Op dezelfde wijze droegen wij rond de hoogdagen het H. Sacrament naar ouden van dagen en zieken. Met Mijnheer pastoor ben ik dikwijls 's morgens vroeg door de sneeuw gegaan, soms kniehoog, om de hoogdag te dragen. Soms was Gilbert er ook bij, maar meestal was ik het alleen. De reden: Gilbert zijn vader was vroeg gestorven, en hij moest zijn moeder helpen.

Om die reden ook moest hij ontslag nemen, wat ik zeer betreurde.
Hij werd opgevolgd door Désire, een broer van Achiel.
Ook hij was spoedig in het vak opgeleid, en werd een goede maat.

Met moeders aanmoediging hield ik het vijf volle jaren uit. Ik was in dienst bij twee pastoors: de heer De Mangelaere en de heer Paeme. Ik was Julien Segers opgevolgd, en mijn medemisdienaars waren: Achiel Segers, Gilbert Tempels, en Désire Segers. Bij mijn ontslag, want tenslotte moest ik thuis ook meehelpen, was mijn opvolger Remy De Wilde, die later priester is geworden.

Laten wij hier verduidelijken: in die tijd waren er steeds slechts twee misdienaars, die al het werk moesten doen.

In alle diensten aanwezig zijn, helpen bij bediening van zieken en ouderen, rond de hoogdagen enzovoort. Voorwaar, dat was toen een hele karwei voor jonge rakkers!

Intussen was de hoofdonderwijzer-koster met pensioen, en was Achiel opgeklommen tot benoemde koster te Zogge. Hij bespeelde meesterlijk het schone kerkorgel, en was tevens een plichtsgetrouwe koster, en bleef dit lange jaren. zijn broer Julien werd in 1938 te Brugge priester gewijd als pater Crescens Segers, capucijn, en deed te Zogge zijn ere-mis op 31 juli 1938

Paul Segers, een zoon van Achiel en zijn vrouw Germaine Van Damme, werd op le juli 1963 te Izegem priester gewijd als pater Gratiaan capucijn. hij was dan onderpastoor in Frankrijk, te Wevers, het plaatsje waar de H.Bernadette begraven is, en deed verdere studies in Engeland. Daarna is hij vertrokken als missionaris naar Pakistan, waar hij zijn beste krachten wijdt cm het lot van deze arme lieden te verbeteren waar hij kan en hun de liefde Gods bij te brengen. Thans is hij nog in dat verre land, momenteel te Bengades.

Het is een grote opoffering vaderland., ouders, familie en vrienden te verlaten om onbaatzuchtig zijn medemensen te gaan helpen. Ook voor ouders en familie is dit een groot offer, maar weerom ter Ere Gods.

Steeds heeft Zogge zijn zonen uitgestuurd naar verre landen. Later komen wij hierop nog terug in dit blad.

Zo waren de 3 gebroeders Segers misdienaar, één van hen werd priester, evenals de zoon van Achiel.

Ik denk nu nog vaak terug aan die tijd, en betreur het verdwijnen van al deze vroegere schone gebruiken, Het opdragen van de H. Mis was dan veel plechtiger dan nu. De priester droeg prachtige kazuifel en .rasgewaden, waarvan de kleur varieerde volgens de tijd van het kerkelijk jaar of de plechtigheid. Ook de misdienaars waren in zwart of rood volgens de omstandigheden.

Het gebruik van het Latijn was heel eerbiedwaardig, en was zoveel schoner en beter dan het gebruik van de volkstaal.

De Kerk had reeds voor honderden jaren de taalkwestie opgelost. De mis en kerkdiensten waren over heel de wereld hetzelfde. Elkeen, zwart, blank of eender wat, kende dit en kon overal volgen. En nu, nu het toeristisch verkeer zo uitgebreid is dat er overal iemand van overal kan opdagen, ja, nu heeft men de klok achteruit gezet. Zelfs in ons kleine fiere land hebben wij reeds herhaalde malen getuige geweest van twisten aangaande taalgebruik in de mis. Men is waarlijk vervallen in de bijbelse Toren van Babel kwestie.
De schone kerkzangen dwongen eerbied af bij gelovige en ongelovigen. Men was fier op het dokzaal van de kerk te mogen zingen. Nu staat het schone dokzaal en orgel stil en verlaten als een stomme getuige van het schone verleden. Ook het predikgestoelte, waaraan vrome kunstenaars hun beste krachten hebben gewijd, staat als stomme getuige midden de kerkbezoekers. Vroeger zag men in onze kerken nog met overtuiging bidden. Alles was op gebed en vroomheid afgestemd. Er moest wel veel aan de tijd aangepast worden, maar op vele punten heeft men de klok achteruit gezet, inzonderheid op het gebruik der talen en bediening in de mis.

Thans ziet men geen misdienaars meer. Zowat Jan en alleman dient. Ik denk zo vaak terug aan de vroegere tijd: de priester voor het altaar, en twee misdienaars die het volk vertegenwoordigden. Jezus sprak: "Laat de kleinen tot mij komen", wel deze kleine misdienaars kwamen daar tot bij Hem.

Jerome Vercammen
oud - misdienaar.


Parochie | Verenigingen | Zogse agenda  | Weetjes | Dialect | Wandelingen en fietsroutes | Heemkunde

    Copyright © 2003 Virtueel Zogge.   Web: Dany. Mail: info@zogge.be