In dit eerste nummer
van 1979 van "Ons Dorp", en in het teken van het jaar
van het kind, vertellen wij een gebeurtenis te Hooigat
Hamme-Zogge, toen nog kerkelijk Hamme-St.Anna, waarvan
een kind van 6 maand het slachtoffer -werd. Om de
gebeurtenis te verduidelijken, hoort er ook wat
geschiedenis van het Hooigat bij, inzonderheid van de
oude hoeve Verhelst,
HOOIGAT IN HET
NIEUWS.
Hooigat klinkt zoals
een zeer oude plaatsbenaming uit het volkse
boerenleven. Vanwaar de oorspong van deze benaming?
Deze is zeker zeer oud, maar de juiste oorsprong is
wellicht niet meer te achterhalen. Heel waarschijnlijk
is deze als volgt: Elke Zoggenaar, of wie Zogge kent,
kent de Moernen, enkele hectaren moerassig gebied,
doorgraven met brede grachten (sloten). Wel, in dit
gebied lagen meerdere grasmeersen, en elk jaar kwam
van deze meersen een grote hoeveelheid hooi (gedroogd
gras). Daarom waren indertijd de Moernen van groot
belang voor de plaatselijke landbouw. Zij leverde
immers een grote wintervoorraad noodzakelijk
dierenvoeder, Het Hooigat nu, was een uitloper van de
Moernen, een afgelegen woonkern, met slechts een 5 tal
grote boerderijen, gelegen aan de rand van moerassige
hooimeersen, tussen Hamme-Zogge en Hamme St.Anna. Van
daaruit kreeg het wellicht van de bevolking de naam
Hooigat.
Franse gendarmes
Daar in het Hooigat
stond aan de rand van de Moernen sinds 1650 een grote
houten staakwindmolen, met als laatste molenaar en
molenhoevebewoners Emiel Van Hecke en zijn gezin. De
molen werd in 1925 afgebroken.
Hij kwam in het
nieuws tijdens de Franse bezetting van 1789, omdat
twee, door Franse gendarmes achtervolgde, priesters op
de molen vluchtten, en een dezer gendarmes met de
molendeur van de trappen duwden, zodat hij er dood
bleef liggen. De andere gendarmes gingen om
versterking, en de priesters konden vluchten. Deze
molen met zijn historie werd reeds eerder beschreven.
(raadpleeg hiervoor de nummers).
De oude molenhoeve
bestaat nog, en is bewoond door Gabriel Van Hecke en
haar gezin. Zij is een dochter van de laatste
molenaar.
Verder waren er
vroeger nog de families Raemdonk, Quintelier, Verhelst
en Malfliet, en de reeds eerder genoemde familie Emiel
Van Hecke (ook nog Miel David genoemd, naar zijn
vader)
Het Hooigat was een
afgelegen boerengemeenschap, die weinig in het nieuws
kwam. Behalve dat er steeds een gezamenlijke strijd
was onder de bewoners, voor kerkelijke aanhechting met
Zogge. Kerkelijk behoorden zij immers bij St.Anna. De
bewoners van 't Hooigat voelden zich Zoggenaren, en
ja, het was zowat een communautaire kwestie, die
destijds heel wat stof deed opwaaien.
Kindermoord
In 1934 kwam het
Hooigat in het nieuws met een droeve gebeurtenis,
namelijk een kindermoord, gepleegd door een man uit
Kortemark. Zo vermeldden alle nieuwsbladen in
blokletters de naam Hooigat.
Om deze zaak
uitvoerig te vertellen, willen wij deze koppelen aan
wat Hooigatse geschiedenis, dit met de medewerking van
ons erelid Jozef Oelbrandt, pastoor te Heistraat 208,
Heydemolen, St,Niklaas, en geboren te Hooigat op het
hof Verhelst. De familie Verhelst was een oude
boerenfamilie, die wellicht deze hoeve hebben gebouwd,
en er hun naam aan gaven. De laatste was Benoit
Verhelst. Zijn broer, Frans, was pastoor te Beervelde
tot 1925, en is dan op rust gegaan naar Melle, waar
hij in 1940 overleed, op 91 jarige leeftijd. Benoit
overleed in 1930, eveneens op hoge leeftijd.
Het Hof Verhelst
werd in 1913 overgenomen door een Waaslandse jonge
landbouwer, Fideel Oelbrandt van Nieuwkerken, en zijn
echtgenote Emma Buytaert van Belsele (Valck). Zij
waren de ouders van ons erelid E.H. Jozef Oelbrandt,
en zijn broer Albert, die in 1937 opgenomen werd bij
de Broeders van Onze-Lieve-Vrouw te Oostakker, en er
in 1943 op jonge leeftijd overleed. Wanneer het jonge
echtpaar zich te Hooigat kwam vestigen, kwam met hen
Emiel Buytaert, broer van Emma, mee die hielp op de
boerderij.
Emiel was er als
thuis, en was een steunpilaar voor de boerderij Te
Hooigat was Miel alras de vriend van allen, evenals
het jonge gezin Oelbrandt. Fideel Oelbrandt had vijf
broers, welke allen destijds een groot landbouwbedrijf
uitbaatten, en nu nog een zoon-opvolger op hun bedrijf
hebben.
Fideel werd geboren
te Nieuwkerken-Waas in 1876. Zijn vader overleed er
toen hij 13 jaar was. Zijn moeder, toen weduwe met 11
kinderen, verhuisde naar St.Niklaas, waar zij als
moedige Vlaamse vrouw met haar kinderen het
landbouwbedrijf van de nonkels Oelbrandt overnam. De
familie Oelbrandt is een christelijke boerenstam, die
een verre geschiedenis heeft.
Ook de familie Van
moeder Emma Buytaert kwam van een landbouwersgezin met
veel kinderen. Zij waren te Hooigat zeer geliefd, en
voelden zich weldra ook meer Zoggenaar dan inwoners
van St.Anna. Hun gezin telde dus 2 zoons, Jozef en
Albert. Zij hadden een druk landbouwbedrijf, en toen
in 1926 Emiel, de broer van Emma, overleed, kwam er
leemte in het bedrijf. Men verloor een steunpilaar,
een medewerker welke broodnodig was om hel. bedrijf in
stand te houden. Er heerste dan ook een grote
verslagenheid bij het heengaan van Emiel, Een goede
boerenknecht was onmisbaar, en in 1927 kwam de
oplossing: Het hof van de familie Raemdonck kende geen
opvolging. Het bedrijf werd verkocht aan de familie
Frederik Dieleman-Van Hove, voor de som van 71.000 fr,
wat in die tijd een hele boel geld was. Deze hoeve
wordt nu bewoond door Adolf Quintelier. Op de hoeve
Raemdonck nu, was er een knecht, nl. Hypolliet
Quintelier. Bij de verkoop van de hoeve verhuisde hij
naar de hoeve Oelbrandt, waar hij een nieuwe thuis
vond. En zo komen wij aan de. kern van de zaak, de
kindermoord. De hoeve Oelbrandt was gelegen langs de
grote baan, en langs de hoeve was er een kerkwegel
welke doorliep toot St.Anna, Hyppoliet had vanuit zijn
kamer zicht op de velden. De akker aan deze zijde van
de grote baan was het eigendom van Oelbrandt. Op de
akker tegenover de zolderkamer aan de kerkwegel naar
St. Anna stonden een drietal graanmijten, Iets wat men
nu ook al niet meer ziet, het gaf nochtans in de
herfst een mooi zicht aan de velden.
Brand
In de nacht van 22
op 23 augustus, was Hyppoliet als naar gewoonte op
zijn zolderkamer, om er na de dagtaak vredig te
slapen. Hij werd uit zijn slaap gewekt door knetterend
vuur. Snel keek hij door het zoldervenster, en ja, de
middelste graanmijt stond in lichterlaaie. Dadelijk
wekte hij de huisgenoten, en werd er alarm geslagen;
De buren kwamen toegesneld, en onmiddellijk werd met
de bluswerkeri begonnen, die erin bestonden de 2
overige mijten te beschermen, waar men dan ook in
slaagde. Bij het uitdoven en opentrekken van de
verbrande mijt stootte Fideel op een harde klomp,
waarvan men niet dadelijk kon zien wat het was. Bij
het licht van een stallantaarn bleek het een
kinderlijkje te zijn van een jongetje van ongeveer 6
maanden oud, dat half verkoold was. Weer werd alarm
geslagen, en spoedig was het gerecht ter plaatse, en
begon het onderzoek. Op de hoeve Oelbrandt was dan
door de wetsdokter en zijn assistenten een
lijkschouwing gedaan, en de plaatselijke
schrijnwerker, Achiel Goossens, kreeg opdracht
dadelijk een lijkkistje te maken, dat hij naar de
hoeve moest brengen, en waar hij zelf het lijkje
inlegde. Het werd begraven op het kerkhof te
Hamme-Zogge
De dader
In de eerste dagen
van het onderzoek tastte men volledig in het duister
naar omstandigheden en dader van de gruwelijke
misdaad. Tenslotte kwam het gerecht te weten, dat de
vorige dag een man gezien was, die rondtoerde met een
kindje op zijn fiets dat in een deerniswekkende
toestand verkeerde. Het onderzoek ging verder in die
richting, en men bleek op het goede spoor te zijn. Zo
werd dan een zekere Alfons De Reu aangehouden,
afkomstig van Kortemark (West-Vl.) en de vermeende
dader werd verhoord. Weldra kon hij niet anders dan
volledige bekentenissen afleggen: het was een onwettig
kind, geboren te Melsele. De dader had een verhouding
met de moeder, en had als opdracht het kind van kant
te maken en te doen verdwijnen. Hij had een of twee
bussels (schoven) graan uit de mijt getrokken, daar
het kindje ingeschoven en de mijt in brand gestoken,
in de mening dat het zo totaal zou verbranden, maar
het was slechts half verkoold.
Bij dergelijke
buitenechtelijke verhoudingen zijn de kinderen altijd
de grote. slachtoffers. Deze gruwelijke zaak kwam dan
het jaar daarop voor het assisenhof. De beschuldiging
luidde: moord en brandstichting met voorbedachten
rade. Het antwoord val de jury was "Schuldig", en het
hof paste de strengste straf toe: de doodstraf. In ons
land door de koning steeds omgezet in levenslang.
Feitelijk bestaat de doodstraf nog in ons land, en de
toepassing hiervoor is nog het schavot, zoals in
Frankrijk.
Van' deze gruwelijke
kindermoord te Hooigat was destijds een lied in
omloop, zoals gebruikelijk was bij moord, misdaad of
drama. Ongelukkig zijl wij niet in het bezit van het
betreffende lied, we zouden het anders graag
vermelden.
Wij vragen aan onze
leden, wie het desbetreffende lied bezit of er meer
van weet ons dat te laten weten.
En zo kwam hoeve
Oelbrandt met zijn eenvoudige knecht in het nieuws....
Het gezin Oelbrandt
Het gezin Oelbrandt
telde dus twee zonen, waarvan de ene priester en de
andere broeder werd. Er was dus geen opvolging. Het
bedrijf werd in 1938 overgenomen door Leon Smet,
geboren te Kemzeke in 1911, en zijn echtgenote Ivonne
Oelbrandt, geboren te St. Gillis Waas in 1913, deze
was een nicht van Fideel Oelbrandt, en zo kwam de
overname tot stand. De trouwe knecht Hyppoliet bleef
bij Leon op de hoeve, waar hij als een huisgenoot was.
Hij overleed In 1966 op 91 jarige leeftijd.
Vader Oelbrandt en
zijn vrouw gingen dan op rust te Hamme-Zogge, waar ze
samen gelukkig waren in een huis bij de kerk.
Toen in 1947 de
gezondheid van moeder Oelbrandt niet zo best was, ging
het echtpaar zich vestigen bij zoon Jozef, toen
onderpastoor te Herdersem. En ongelukkig, vijf dagen
na hun aankomst, op 18 maart, overleed moeder er op 23
maart. Vader Oelbrandt is dan bij zijn zoon gebleven,
en er te Stekene overleden in 1953, oud 85 jaar.
Leon Smet
Intussen ging het
leven op de hoeve Oelbrandt verder. Leon Smet bouwde
de hoeve verder uit, naar de nieuw opkomende
landbouwmethoden. Het woonhuis werd verbeterd en
heringericht, en ook de stallen werden vernieuwd. Er
kwamen nieuwe moderne werktuigen, alles werd dynamisch
aangepakt en aangepast. Leon werd verkozen als
kerkmeester te St.Anna. En ondanks het feit dat hij
kerkmeester was te St.Anna, leefde Leon mee met de
Zogse kerk, en het Zogse dorpsleven. Hij bleef
kerkmeester tot in 1949 Hooigat eindelijk zijn zin
kreeg, en kerkelijk aangesloten werd bij Zogge. (later
meer over deze kerkelijke kwestie) In 1949 werd Leon
kerkmeester te Zogge, in opvolging van wijlen Aloïs
Raemdonck, wat hij nu nog is. Leon was spoedig
vertrouwd met het dorpsleven, en was weldra een
dynamisch en vooruitstrevend bestuurslid bij de
fanfare en andere verenigingen, evenals bij kerkelijke
aangelegenheden.
Bij de
gemeenteraadsverkiezingen in 1958 werd hij verkozen
als gemeenteraadslid, in opvolging van wijlen Michel
Van Goethem. Ook daar deed Leon goed werk voor de
parochie. In 1964 herkozen, gaf hij in 1970 door
overlast van werk zijn ontslag. Hij werd opgevolgd
door Albert Vermorgen, die voor Zogge een waardevolle
opvolger was. In 1976 werd Albert opgevolgd door Cesar
Van Goethem uit de Meerstraat, die tot heden het beste
doet voor Zogge.
Het gezin Leon Smet
- Ivonne Oelbrandt heeft 5 kinderen: 1 jongen en 4
meisjes. Toen hun dochter Juliette in 1967 huwde met
Michel Geerinck, een stoere landbouwerszoon uit
Grembergen, namen zij het bedrijf over. Leon en zijn
echtgenote bleven op de hoeve, In 1977 verloor Leon
door een schielijk overlijden zijn vrouw. Niemand had
dat verwacht of voelen aankomen. Dat was voor hem een
zware slag.
Ondanks alles is
Leon thans nog zeer actief en bedrijvig in alle
dorpsaangelegenheden en verenigingen. Deze activiteit
is een ware steun voor Leon om het plotselinge verlies
van zijn echtgenote te boven te komen. Hij verblijft
nog steeds op de hoeve. Zo werd de oude hoeve Verhelst
"Hoeve Oelbrandt", "Hoeve Smet -Oelbrandt", en op
heden "Hoeve Geerinck - De Smet". Wij hopen dat Leon
nog vele jaren actief mag blijven, ten bate van de
Zogse gemeenschap.
Het beste voor Leon
en zijn familie !
Jerome Vercammen en
priester Jozef Oelbrandt.