Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons
Dorp". Deze artikels
worden gepubliceerd met het akkoord
van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.
In ons nummer 2 van juli 1978 was er
een vervolg beschrijving van onze Koninklijke Fanfare.
Hier dan het vervolg en het slot.
In onze moderne tijd met radio en
televisie heeft alle verenigingsleven met
moeilijkheden te kampen. In onze vorige afleveringen
hebben wij dan ook de geschiedenis van onze
koninklijke faxare gegeven, aan de hand van
overleveringen en documenten. Wel willen wij hier nog
een gebeurtenis vertellen, die in de jaren 2 of 63 is
voorgevallen.
De fanfare is in volle bloei, en in
het lokaal zaal fanfare aan
de Heirbaan is het jaarlijks teerfeest. Dit feest is
sinds heugelijke tijden de grote gebeurtenis der
maatschappij.
Steeds werd dit feestmaal in het
lokaal zelf bereid, aardappelen gekookt en groenten en
vlees gereed gemaakt, kortom een hele slameur, maar
met moed en opoffering werd eraan gewerkt, opdat alles
tot in de puntjes in orde zou zijn. Er waren op de
parochie, zoals trouwens overal, een drietal vrouwen,
die er voor uit kwamen om voor feesten der
maatschappijen het eten te bereiden, en waarlijk, deze
op oude manier bereide spijzen waren steeds van de
bovenste plank, want deze kookvrouwen kenden hun vak,
en bereiden de goede boerenkost op Breugheliaanse
manier. Eens de grote dag aangebroken kwamen dan de
leden naar het lokaal, gewapend met het schoonste en
beste mes, vork en lepel, dat moeder de vrouw had,
gewikkeld in papier. Op de uitnodiging stond immers
altijd: mes lepel en vork mede brengen. Zo begon dan
na de gebruikelijke 'onze vader' het feestmaal. Er
werd dan smakelijk en duchtig gegeten, want het was
smeerdag zoals het genoemd werd, en de feestvierenden
waren de smeerders. Ja, het was toen echt smeerdag,
want in die tijd at men niet zoals nu elke dag vlees
,En op deze dag ging men dan werkelijk smeren, en zich
eens goed doen. Na het eten was er geharrewar elk
zocht zijn eigen eetgerei bijeen, dat weleens in
andere handen was terecht gekomen, en bij het naar
huis komen eiste moeder de vrouw dat man-
of zoonlief zijn eigen gereedschap netjes mee
terug bracht. Deze lepelhistorie kon soms heel wat
tumult teweeg brengen!.
Na de oorlog van 40-45 kwam er een
kentering in de oude manier van feestvieren. De
plaatselijke kookvrouwen kregen minder werk, en het
werd gebruikelijk het eten door een traiteur te laten
brengen. Dat was reeds lang zo in de steden, en dat
drong nu door tot de buitenwijken.. Het slameur van
het zelf bereiden viel weg, het kwam wellicht wat
kostelijker, maar het gemak was ook wel wat waard.
Zo in het jaar 59 of 60, toen het
teerfeest besproken werd bij het bestuur, werd dan ook
besloten deze moderne manier van feestvieren (smeren)
in te voeren. Men wilde met zijn tijd mee.
Zo werd dan een restaurateur
(traiteur) ermee belast om te zorgen dat alles tot in
de puntjes verzorgd was. Men moest zich om niets meer
bekommeren, alles ging op wieltjes lopen, en het ging
een heel bijzonder teerfeest (smeerdag) worden.
De smeerders waren talrijk
opgekomen, en zeer opgetogen. Na de gebruikelijke
muzikale uitstap op her
dorp, namen de feestvierenden plaats aan de
gereedstaande
tafels, en met her gebruikelijke gebed werd dan her
keurig klaargekomen eermaal opgediend.
En her was goed! Iedereen. had goede eetlust,
en de madeirasaus, het
neusje van de zalm, werd bereidwillig van hand tot
hand doorgegeven. Deze saus was werkelijk zeer in
trek.
Na de gebruikelijke toespraken en kasverslag volgde
her traditioneel applaus, en her smullen van de
laatste lekkernij: een gebakje met kokkie. Daarmee
liep het gastronomisch etentje ren einde, en
kon het
eigenlijke feest beginnen.
Tafels en stoelen werden
opzij gezet, en zo kwam dan de grote dansvloer vrij.
Op dat tijdstip kwamen dan
ook de dames en juffrouwen van
de leden, keurig opgesmukt het
lokaal binnen.
De fanfare speelde dan orkest en weldra waren de
feestvierenden aan de dans. Tijdens deze dansen en
onderonsjes verdween er nu en dan een feestvierder, om
zich naar her 'kabinet van de ontvanger' (WC)
te spoeden, maar niemand gaf
daar aandacht aan. Maar het
bleek niet bij deze normale
'gevallen' alleen te blijven....
Na nog war gedronken en gedanst te
hebben, was het meteen een
ware toeloop naar de ontvanger. De opgekomen dames
begrepen het niet goed meer, en ja, ook de spelers van
her orkest moesten op de loop, en voor de deur van her
ontvangerscabinet was het een trappelen van ongeduld,
uiteindelijk kon niet
meer gewacht worden, en werd op de koer hier en daar
maar de broek afgestoken. Zo liep stilaan alles in het
honderd, en ja, men kwam tot
het besef dat
er iets abnormaals in het
spel was.
Wat was gebeurd ? Men dacht dan ook niet
ten onrechte aan her goede eten,
en in het bijzonder aan de
goede madeirasaus, want die
werd als schuldige aangewezen. Maar er was al wat
gedronken, en men bekeek dan ook het
geval langs de vrolijke kant. En ondanks deze
abnormale lozingen werd verder gedanst en gedronken,
Met dat al verbeterde het er
niet op, en bleef
het broek af,
broek op, meer en meer
voortduren.
Tot men het tenslotte nier
meer zo nauw nam. En op de dans zag men dan
feestvierders, met besmeurde broekspijpen, En dan in
de late uurtjes nam het
feest een einde, en toog ieder naar huis.
Maar! Ook bij het naar huis gaan moest men om de
haverklap stoppen, en weer was het
'broek af, broek op''. En ja, er waren er die met de
broek op de schouder de weg naar huis aanpakten om het
broek op, broek af te
vermijden, want in veel gevallen was men niet
tijdig klaar, en werd "het"
in de broek gedaan, want eens de drukking, was er geen
seconde te verliezen,
enkel een zeer rappe hand was tijdig klaar.
Ook de grote heren bleven niet
gespaard, zo was onze geachte heer burgervader met
zijn schepenen aanwezig op dit feestmaal
van de Koninklijke fanfare, en bij het
naar huis rijden had hij meerdere malen met aandrang
zijn chauffeur moeren laten
stoppen om aan "broek af en
broek op" te
doen in het open veld.
Wellicht een gezonde oefening. Eens thuis was de kous
nog niet af. De
feestvierders hoopten daar eens hun roes en wedervaren
bij moeder de vrouw uit re slapen, maar, geen sprake
daarvan!
et was bed uit, pot op, bed in, en in veel gevallen
was men dan ook niet snel
genoeg, en kwam de madeirasaus in bed of op de schone
bedmat terecht, of zelfs op de slip van
de bedgenoot, moeder de
vrouw, die zo ook haar portie kreeg. Die was dan ook
niet opgetogen met al het
vuile werk dat haar
te wachten stond.
Tenslotte luwde de uitloop van de madeirasaus dan
toch, en konden de heren hun roes uitslapen.
's Anderdaags,
dan kwamen de vrouwen samen en bespraken het geval en
de belevenissen met manlief-feestvierder, en heel het
dorp kwam in beroering, en het werd gelukkig langs de
vrolijke kant bekeken. Er werd gespot en gelachen, en
men had veel plezier met het geval van de madeirasaus.
Ook tot ver buiten Zogge was er veel
pret met de Zogse feestvierders, die teveel saus
gegeten hadden. In vele bladen en tijdschriften
verschenen er humoristische artikels over deze
gelukkig goed afgelopen, schijtershistorie bij onze
Koninklijke Fanfare, Zo verscheen er ook in een
Lebbeeks weekblad een humoristische beschrijving van
het geval, met een bijhorend liedje.
Hier dan het liedje, verschenen in het weekblad "De
Strijdt"
HAMME ZOGGE
-
De soep was naar binnen gelepeld
En zij had zeer goed gesmaakt.
Met het vlees was het nog beter,
Niemand had de kok gelaakt.
-
Maar een licht klein broebelingske
In de darmen van elkeen.
Met een dringend kriebeldingske
bracht de eters op de been.
-
't Werd aldra als een processie
Door de deure naar de koer.
d' Een die riep : "'k kan niet meer wachten!"
d' Ander zei : "'t is mijnen toer"
-
't Is de soepe..," zei er ene,
't Zijn de groenten!" liep een lid
'k sta te daveren )op mijn benen,
Iedereen zag bleek en wit.
-
In de avond werd het erger
Op de tonen van 't Muziek.
Iedereen ging aan 't trompetten
Zonder maat, en elk was ziek.
-
En de krampen bleven duren,
't Was voor niemand nog een lol,
Want na enkle wrede uren
Lagen alle putten vol !
-
Op en af gingen de broeken,
Als een rolluik op en neer...
Ze zaten er in alle hoeken,
Nergens was er plaatse meer
-
't duurde dagen eer Hamme-Zogge
Van die plage werd verlost.
t Had aan velen enkle kilo's
Van hun duurbaar lijf gekost.
-
'k Ga die verzen nu maar stoppen
'k Krijg ook krampen in mijn buik.
'k Zou niet graag mijn eigen foppen,
Daarom schei 'k er nu maat uit !
Om dit geval kan nu wel eens
gelachen worden, maar ernstig bekeken had het een ramp
kunnen zijn. Het had kwaadaardig kunnen zijn. Wat was
gebeurd? Was het sabotage ? Of een miswerking van de
vakkundige traiteurs ? Die van 't een of 't ander wat
te veel gebruikt hadden., of wat.? Niemand weet het
juiste geval. Maar aangezien het niet kwaadaardig was,
was er geen onderzoek, en bleef het bij een grap..
Wellicht was het ook een gezondheidskuur: ten eerste,
broek af, broek op in versneld tempo, en crosserkoers
naar de ontvangerij (WC) was een goede
gymnastiekoefening. Ten tweede, een zo grondig
purgeermiddel was wellicht voor onze fanfare veel
ziekten gespaard, want zo te zien bij de
eerstvolgende uitstap van de fanfare werd er duchtig
op los geblazen, en het slagwerk met kracht
uitgevoerd. Allen zagen er blakend van gezondheid uit.
Voorzeker was het een. goede kuur geweest!
Maar, de heren bestuurders, die zo
trots geweest waren op het goede, tot in de puntjes
verzorgde feestmaal, waren van de traiteur niet meer
te spreken. Die was ai zijn punten kwijt. Ze waren van
de traiteursmode niet meer te spreken, en nog meerdere
jaren was het dan weer op de oude Breugheliaanse
manier Ceciliafeest.
Nu men het vertrouwen in de moderne methode herwonnen
heeft, is het weer Ceciliafeest op de hedendaagse
gebruikelijke manier. Toch wordt er elk jaar nog wel
eens teruggedacht en gelachen om die uitzonderlijke
smeerdag.
En zo reilt en zeilt onze
Koninklijke fanfare, met als kenspreuk: "De
leerzuchtige vrienden", ondanks hedendaagse moeilijke
tijden voor het verenigingsleven, met hoogten en
laagten verder, en brengen wij hulde aan het kranige
bestuur, die onze Koninklijke fanfare in stand houd,
wat een geluk is voor Zogge. Wij zijn er fier op in
ons dorp een bloeiende fanfare te hebben, wat vele
kleine dorpen ons benijden.
Wij doen dan ook een beroep op
allen, om eendrachtig te zijn, en alle
verenigingsleven en sport op ons dorp op zijn
best te steunen.
Hiermee sluiten deze Zogse
Koninklijke fanfare rubriek.
door
Jerome Vercammen