Zogge - Heemkunde

Naar een boek samengesteld door Cyriel Vercammen:

ZOGGE van verleden tot heden
Home Zogge
Het boek Heden Retro Site map Gastenboek Gazet van Zogge  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Heemkunde

De Boldersmaatschappij Sint Jozef

Een artikel, overgenomen uit het tijdschrift "Ons Dorp". Deze artikels worden gepubliceerd met het akkoord van de nabestaanden van Dhr. Jerome Vercammen.

Het ontstaan

Bolmaatschappijen waren er in de jaren 1700 tot de oorlog 1914-18 en ook nog daarna, omzeggens in alle dorpen. Zo werd ook te Hamme-­Zogge in 1872 een bolmaatschappij gesticht. Dit gebeurde bij Alfons Ronsman, een levenslustige timmerman; eenzaat, die woonde aan de baan naar St. Anna, nu Heirbaan n°13 tot voor enkele jaren nog café "De Reisduif"" en laatst bewoond door Leon Ronsman en zijn vrouw Maria Vereecken,

Toen, in 1872, was het huis van Alfons Ronsman een klein huis dat tevens een druk bezochte herberg was met het voor die tijd doorslaande uithangbord "In de Fortuin". Alfons, die timmerman was, werd in de volksmond," Fons den Houten" genoemd en was afkomstig van de oude Zogse wagenmakersstam, de Ronsmans. Ook Leon Ronsman is nog een afstammeling van deze Zogse wagenmakersstam. Het eigenaardige van de herberg "In De Fortuin'' was dat de gelagplaats tegelijk de werkplaats was van Fons de timmerman. Daar stond benevens de tapkast namelijk ook de schaafbank (zoals de timmerwerkbank toen genoemd werd). Zo werkte Fons in gezelschap van zijn klanten, hij zaagde, schaafde en klopte en schonk tussendoor borrels en bier voor zijn klanten. Hij vergat daarbij ook zichzelf niet en dronk menig borrel tot de schaaf en de hamer al eens werkloos op de werkbank bleven liggen. Daar in “de Fortuin" tussen pot en pint, borrel en stof werd de bolmaatschappij St. Jozef gesticht De naam St. Jozef zal zeker een idee geweest zijn van Fons den Houten. St Jozef, patroon der timmerlieden zal zo ook de patroon geworden zijn van de nieuwe bolmaatschappij.

Dit was toen een gaaibolmaatschappij. Het spel bestond uit een twee meter brede prang met houten pinnen waarop toen houten gaaien ,“vogels” genaamd, gestoken waren. Deze prang was 1 meter hoog en er was een houten oploop naar de gaaien. Op 10 meter afstand probeerde men met houten ronde bollen deze gaaien (vogels) er af te bollen.

Fons de timmerman, herbergbaas, heeft belangeloos al deze houten spullen voor de maatschappij gemaakt. Ook de houten bollen want Fons had tevens een met de voeten aangedreven draaibank. In het houtdraaien was hij ook zeer bedreven.

 Zo stak de maatschappij van wal onder van.

Het voorzitterschap

Jozef Willaert

Secretaris

Alfons De Bock

Hulpsecretaris

Frans Goossens

Schatbewaarder

Petrus Albrecht

Bestuursleden

August D'hooge
Emmanuel Verbeecke
Johannes Albrecht
Romain De Waele

Er was ook een erevoorzitter Domien De Kimpe en een vijftigtal leden. Hun lokaal was de Fortuin bij Fons den Houten.

Het ging er in De Fortuin steeds lustig aan toe. De maatschappij bleef als gaaibolmaatschappij voortbestaan tot rond de jaren 1890.
 

De Maalderij

Toen werd het lokaal overgebracht naar de toen nieuwgebouwde herberg "In de Maalderij" bij Charles Leemans. Dit was op de hoek van de Kerkstraat aan de grote baan, thans het huis Nr 29 aan de Heirbaan - Zoggestraat en bewoond door Dr. Callaert

Tot voor enkele jaren was dat nog de herberg "De Maalderij" bij Edmond Van Hecke (Mong David) en Leontine Leemans (Leon­tine van de Mulders). Deze herberg was op de komst van de bolders voorzien, en er was een overdekte ondergalerij: bol­baan gemaakt, maar was geen gaaibolling maar een 20 m lange baan, 2,50 ma breed, met kleemgrond schotel uitgewerkt, en met zware ebbenhouten bollen werd dan gebold. Met die bol moest men zo dicht mogelijk bij een aangeduid middenpunt op het einde der baan geraken. Wanneer de bol van een deelnemer heel dicht of op het middelpunt was, dan kwam de tegenspeler en poogde met zijn bol de tegenstander bij het middenpunt weg te schieten. Iets dat met kracht moest geschieden. Er kwamen weldra specialisten in dat soort bollen en bij de Mulders in herberg "De Maalderij" kende de maatschappij een grote bloei In 1897 is het er feest geweest om het 25 jarig bestaan der maatschappij te vieren. Er was dan ook een feestmaal in het lokaal waar ook de pastoor E.H.. Alfons De Smet aanwezig was, die dan een gelegenheidsrede (sermoen) zoals het in die tijd was, sprak, en hij dan ook aan de bolders een glas van zijn beste wijn schonk, hij kreeg dan het erevoorzitterschap voor het leven aangeboden en aanvaardde dit onder groot applaus.

De smeerdag van de verkensgilde

Telkenjare de maandag na Driekoningenfeest, wordt er een jaarfeest gehouden voor al de leden in het lokaal. Dit feest werd in de volksmond "smeerdag" genoemd. Die dag begon toen en nog heden ten dage met een H. Mis, daarna bezoek bij de leden herbergiers. Op de middag een feestdiner, waar er dan goed en om ter meest gegeten werd. Na het gebruikelijke jaarverslag en de toespraak van de voorzitter en E.H. Pastoor ging het er verder bij de bolders lustig aan toe. Zo organiseerden zij dan allerlei korte opvoeringen, zoals het voordragen van gedichten; en het zingen van liederen. En ja in die tijd kon elk zijn liedje zingen of kenden velen een ernstig of humoristisch gedicht. In onze huidige moderne tijd is er teveel Radio en Jukeboxmuziek en niemand kent nog een lied. Kortom men zingt nu mechanisch en men mist het natuurlijke gezonde vermaak. Het teerfeest (smeerdag) der bolders was een ware cultuurdag. Zo is er een anekdote van die dag die door onze ouderen nog steeds verteld wordt. Dhr. Charel De Wilde die een goede komiek was deed op een tafel een opvoering van een gedicht "De Scharesliep" (de scharesliep was een rondrijdende schaar- en messenslijper) Hierbij deed hij met de voeten de bewegingen om de slijpsteen te doen draaien. Bij deze bewegingen die nogal krachtig uitgevoerd werden, viel de tafel waarop hij stond uit elkaar (in duigen zegde de volksmond) en Charellouis zoals men hem noemde viel in de gloed van zijn gedicht op de vloer tussen de puinen van de tafel. Tot groot jolijt van de medeleden. Die dag is er dan extra gedronken op dat voorval Aan dit teerfeest is ook nog een andere geschiedenis verbon­den. Het bestuur, om de kostprijs van de smeerdag laag te houden, had beslist een viggen te kopen en dat vet te mesten, om het te slachten voor de smeerdag. Een lid landbouwer aanvaardde het viggen voor rekening van de maatschappij vet te mesten, en zo gebeurde. Voor de smeerdag werd het zwijn dan geslacht, en er was groot feest. Er kwam dan bene­vens de grote smeerdag nog een bloedworst (beulingen) en kopvlees (flik) feestavond. Dat was al goed. Maar toch was er geen goede overeenkomst. Het lid dat het zwijn vetgemest had, stelde te hoge eisen voor zijn werk. En zo gebeurde dit vet­mesten maar éénmaal. Maar dat was voldoende om de bolders een bijnaam te geven. Ze werden toen de verkens (zwijnen) genoemd. En de maatschappij noemden ze de Verkensgilde, Die naam is bijgebleven want tot op heden spreken ouderen nog van de ver­kensgilde. Deze verkensgilde was wel zeer bedrijvig. Met carnaval, wat te dien tijde stipt op vastenavond doorging, werd rondgereden met wagens waarop een humoristisch wagenspel werd opgevoerd en de hoofdwagen was er een, waar naar het ge­bruik van die tijd pannenkoeken (spekkoeken) en wafels werden gebakken. Op die wagen zat dan op een ereplaats de voorzitter omhangen met een krans pannenkoeken en wafels. Alle bedieners waren koddig verkleed en er was ook een passend lied dat ge­zongen werd waarin volgende strofe:

ja laat ze zieden
ja laat ze braden
tussen glas en kan
tussen pot en pan
nemen wij ons vermaak
en blijven een eerlijke maat.

Vastenavond

Zo ging het er dan te Zogge en in het lokaal der bolders vrolijk aan toe. En met carnaval verkleedde omzeggens heel de parochie zich, ondanks de krachtige predikaties van de pastoor tegen dit gebruik, was het niet in te dijken. Zo is er nog de bolders anekdote Op het beruchte vastenavondfeest kwam in de late uurtjes een lid Theophiel. Goossens (den dikken, in de volksmond) buiten het lokaal in de duisternis. Er was toen niet zoveel licht als nu. Hij zag een verschijnsel als een spook met een lang wit kleed vol kruisen. Den dikken meende dat het een vastenavond verklede was en ging er heen, en zegde "'He daar, ik ken u," De verklede persoon antwoordde "ja maar dikken ik ken U ook" En dan herkende den dikken pastoor De Smet., die als verklede een ronde maakte op zijn parochie om te gaan kijken wat er zoal omging onder zijn parochianen. Pastoor De Smet was een heel strenge zielenherder. Zo bloeide de boldersmaatschappij tot de oorlog 14 -18 en nog daarna, dan kwam de moderne tijd en stilaan het verval.

Op de andere hoek van de Kerkstraat was er eveneens een her­berg "in Zogge" rechtover het bolderslokaal. Daar zag men het succes der bolders in die tijd, en ook deze herbergbaas legde een overdekte bolbaan, met het inzicht de boldersmaatschappij naar zich toe te trekken. Maar dit lukte niet. Er werden daar wel bollingen gegeven, maar zonder succes.

En onze herbergbaas was er aan voor de kosten en de moeite. De maatschappij (verkensgilde) bleef bij de Mulders. Toen dan de herberg "De Maalderij" wegviel omdat de laatste telg van de Mulders Leontine te oud werd, 84 jaar, en haar echtge­noot Edmond Van Hecke (David) reeds overleden was en ze geen kinderen hadden, hadden de bolders geen bolbaan meer en ze kozen een ander lokaal café "La belle vue" bij Gilbert Tempels. Na enkele jaren, het was toen na de oorlog 40 - 45, kwam ook deze ledig te staan en zo verhuisden ze naar een nieuw lokaal bij Jules Rosenboom, een vishandelaar, en zijn vrouw Fie.

Terug naar de roots

 In café "'t Vishuis" bij Fieken duurde het ook riet lang en weer togen zij naar een ander lokaal waar ze nu, in 1976, nog bevestigd zijn name­lijk in het duivenlokaal bij Arthur Van den Eynde. En omdat ze nu geen bolbaan meer hebben wordt er terug zoals bij het begin aan gaaibolling gedaan, in verkleind model, binnen in de cafe. In 1972 vierden ze hun 100 jarig bestaan, en was er een ontvangst op het gemeentehuis. Tot 1940 was de maatschappij nog in volle bloei, onder het voorzitterschap van wijlen Theodoor Vercammen die tevens ook de secretaris was, schatbewaarder Benoit De Bock, bestuursleden Louis Arnalsteen De Wilde Charel, De Wilde Benoit, Baert Emiel, Van Hecke Emiel en Vercauteren Polidoor, Dit zijn de gekende. Na de oorlog was er als bestuur: Erevoorzitter Vercauteren Hyppoliet, voor­zitter Baert Guillaume, secretaris schatbewaarder Cesar Wil­laert, ondersecretaris De Rijcke Jozef, hulpsecretaris Quintelier Prosper, bestuursleden De Wilde Theodoor, Bogaert Emiel; Achten Basiel, Van Daele Petrus, en Baert Achiel. De leden bestonden uit Ereleden bolders, en 2 werkende leden, namelijk Polidoor Goosens trommelaar, en Emiel Heirwegh de boodschapper.

Er kwam door de moderne tijd meer verval en minder belangstelling voor bollen. Maar onze bolders houden stand al is het in mindere mate. Toch blijft de maatschappij. bestaan en jaar­lijks is er nog de smeerdag en de gaaibollingen. Het lokaal is steeds in het Duivenlokaal. Het huidig bestuur is na het overlijden van voorzitter Guillaume Baert voorzit­ter Baert, Achiel, van de oude garde 85 jaar, die op zijn beurt onlangs eervol ontslag nam. De huidige voorzitter in 1976 is: D'r. Albert Vermorgen, gemeenteraadslid. Secretarisschatbewaarder: Dhr Hector Van Goethem van de oude garde 84 jaar. Bestuursleden: Baert Achiel (gewezen voorzitter) Domien De Wilde, Gilbert Vereecken, Hubert De Rijcke, Eddy Van den Eynden, Albert

Deze houden de oude maatschappij, een der oudste van Zogge, in leven. Ze bezitten ook nog het vaandel van 1872.

 

door Jerome Vercammen.


Parochie | Verenigingen | Zogse agenda  | Weetjes | Dialect | Wandelingen en fietsroutes | Heemkunde

    Copyright © 2003 Virtueel Zogge.   Web: Dany. Mail: info@zogge.be