Zogge - Dialect

Naar een boek samengesteld door Cyriel Vercammen:

ZOGGE van verleden tot heden
Home Zogge
Het boek Heden Retro Site map Gastenboek Gazet van Zogge  
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

Het Zogse dialect

Woordenlijst A - M

Woordenlijst & uitdrukkingen N - Z

  Nem Hier! Pak aan!
  Neusdoek halsdoek voor dames
  Nie Niet (Ik 'em da nie gedoan! = ik heb dat niet gedaan!)
  Niet niets (da kost niet! = dat kost niets!)
  Nietap nietsnut
  Nieverans(t) nergens
  Noaffelschroeëken navelbandje, vroeger gebruikt bij pasgeboren kinderen om het uitstulpen van de navel tegen te gaan.
  noens schuin
  Non top, met koord om op te winden
't noste week over de week na de volgende week
  Nou'e nietwaar?
  Oesten (oogsten) aren lezen: kinderen na het pikken
  Oliepakker Overloopakker
  Ollebezen Cassis, aalbessen
  Ommes kapmes
  Ommest immers
Nen ongezonden ook "ongezonderik", persoon met wie men niet goed overweg kan
t opperste de zolder
  Ost bijna: ost komt noeët op zijne post
  Otter waterdier, visetend viervoetig diertje, leeft zowel in het water als op het land. Kwam voeger veel voor in de Moernen. Nu nog? Ook nog: grote knikker met een diameter van ongeveer 30 milimeter
  Outrouper hooiwagen (dier)
  Pandaar parelhoen
  Paren = gieten etymologie van "paren" (gieten): in het Engels heb je het ww. "to pour" met gelijkaardige betekenis
  Pazing of pazink perzik
  Peeën bitterpeeën, cichorei
  Peil spade (van het Franse "pelle")
  Pèjer peer
  Pensjoager stroper
Au Père zien zijne pèren zien = afzien
  Persjenne rolluik
  Pertang nochtans (<Frans: pourtant)
  Petatschelder aardappelmesje
  Pets lange fijne soepele stok om het vlas te keren. De pets es bescheten = Er is iets grondig mis gegaan
  Pezewever muggenzifter
  Piepdol spitsmuis
  Piepeloet kereltje dat er een beetje dom en onnozel uitziet
  Piereworm de [o] in worm klinkt dof zoals de [e] in "we". Regenworm
  Piës kaartspel (Franse "pièce?), oorvijg
  Piesseblomme paardebloem
hij is de piest in Hij is met de noorderzon vertrokken
  Pietoal Het portaal van de kerk
  Pijërdemiester veearts
  Pikkel poot van bv stoel
  Pikkelen moeilijk gaan
  Pino'kes soort druif of kleine steenvrucht (pineaux)
  Pintelieren aan de drank zijn, veel drinken, op café zitten
  Pios = pikhouweel (< Frans: pioche)
  Plansier stoep, plankier
  Plekken vlekken (zelfst. naamwoord), plakken, kleven
  Plekker kleefpleister
  Plektenboard oud boerengerecht van gekookte varkensoren en -poten met rozijnen
  Pluut niet snel tevreden wat het eigen werk betreft
  Poe'ersuiker ongezuiverde bruine fijne suiker
 

Poefer

iemand die zijn koopwaar niet onmiddellijk betaalt. Het moest op de "poefersboek"
  Poelle muts
  Poelzenei ei van een jonge kip
  Poerei, pourei prei
  Poeren Kakken, zich ontlasten
  Pol laatste stukje deeg tot broodje gebakken, bestemd voor de kinderen
  Pomkoek, pongkoek, ponkkoek peperkoek, komt misschien van pomerans, vrucht, pomeransbitter, smaak gedroogde oranjeschil, of misschien komt het van pronkkoek, vroeger werd deze koek voornamelijk gegeven als nieuwjaarsgeschenk (een koek om mee te pronken)
  in posiesse zijn Zwanger zijn
  posjense geduld (van patience)
  Posjet, poesjet pennenzak
  Pots pet zonder klep
  Potteberreken een ijzeren of houten onderstel dat dient om te voorkomen dat hete kommen het tafelblad zouden verbranden.
  Potternokt poedelnaakt
  Prei deugniet, scheldwoord voor een vrouw "dad es een prei! "
  Prekels houten stokken met ijzeren punt (om de slede waarop men zit over het ijs te laten glijden)
  Prései de vergoeding die de eigenaar van landbouwgond moet betalen aan de huurder van die grond indien het stuk land verkocht wordt
  Preut gemaakt zedig, preuts, van het Franse prude= schede)
  Prijkeleus gevaarlijk
  Puit kikker
  Pulle drinkbus
  Punkodde Lange houten staak, ook "kodde" genoemd
Ei eed in mijn raupen gescheten hij heeft me een loer gedraaid
  Réaal ruim, aangenaam, vrijgevig
  Rebbe weegbree, rib
  Reikuurre veter
  Rekker kousenophouder, elastiek
  Remise wagenhuis
  Res, rezzekes eventjes
De roë vlag stikt uit maandstonden
  roal raar, wa ne roalen es da?
  Rouk hark
De Russen zen in parijs maandstonden
  Ruuëzemienen seringen
  Schameteur goochelaar
  Scheel deksel van een pot
  Scheir kras, schram, krab in bvb het aangezicht
  Scheiren krabben; beijienscheiren: samenrapen
  Schelf hooizolder, halfopen zolderverdiep in stal of schuur
  Schelle sneetje van bv vlees (een schelle wust -= een sneetje worst)
  Scherlabieëns schrijlings
  Scherresliep scharen- en messenslijper
  Schetkous, schetkont vrouw die hoog oploopt met zichzelf
  Schieting pastoorsvergadering
Da ka mij nie schillen dat raakt mij niet
  schoefel schrokop, gulzigaard
  schoefelen schrokken
  schoentrekker schoenenlepel
  Schofferdeinen schaatsen (zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord)
  schou bang, schuw
  schralek verschrikkelijk (schralek veel = verschrikkelijk veel)
  Schramoelzen sintels, resten van kolen uit de kachel
  Schrieëmuil; schrieëtoot iemand die snel begint te wenen
  Schrieën schreien, wenen
  schrommelijk verschrikkelijk
E schuën totjen een mooi gezichtje
  Schuuëmoaksel nageboorte, placenta (van dier)
  Seskens plotse hoge koorts bij kinderen (van het Franse "saisis"?)
  Seut flauw meisje
Va zijne sies gevallen bewusteloos
  Sjarel kerel, deugniet (gij zijt nogal ne sjarel!)
  Sjat een kopje
  Sjiek, sjieken tabakspruim; tabak pruimen
A Sjierre! uitroep van verbazing komt waarschijnlijk van "ach Here", de uitroep "a sjierre van meireije" zou dan komen van "ach Here van Maria"
  Slappe wieze, slappe loerre snoep (langwerpig, wit en roze)
  Sletsen pantoffels, sloefen, ook figuurlijk gebruikt
  slidderen uitglijden
  Slieë Raar gevoel in de mond door aantasting van zuren aan het tandglazuur
Der (h)angt ne smuuër het is mistig
  snavven en bijten afsnauwen
  Snelbinder elastiek om een boekentas vast te maken op de bagagedrager van een fiets
  Snottekijês snot
  Soaë breiwol
  Spander verloofde
  Spekkoek pannenkoek, al dan niet met spek.
  spelle speld
  Spellig bronstig
  Spikeloas speculaas
Da zen kosten opt steirefhuis Dat zijn nutteloze kosten
  stekkeduuësken doosje lucifers
  stekskes lucifers
  Stieënse rat cavia
  Stikkelbaksken stekelbaars
  Stokvis aan een stok gedroogde kabeljauw
  Stramijn Vergiet
  Striepen, ne strieper een bepaalde manier van opslagen.bij het kaatsen
  Suikertingel dovenetel
  Surge, sorze [u] of [o] klinkt zoals een doffe [e]; wollen deken
  Tabboard lang slaapkleed
  Tameletten gekookte gesuikerde siroop, in rondjes uitgegoten op stukjes boterpapier en verhard op koude steen
  Tees dit (aanwijzend voornaamwoord)
  tefrente verschillende
Nen teppen Onnozelaar, rare snuiter
  Test kookpot, van het Latijn "testa": vaatwerk
  Teut tuit van koffiekan
  Tieën(en) Teen/tenen
  Tieënenbijter pissebed
van Tiennegen negen kansen op tien; de kans is groot....
  Tierijn sijsje
  Tiettepattoe Onnozelaar, rare snuiter
  Tingel, tingelen brandnetel, zich netelen
  Toert taart
  Toespelle veiligheidsspeld
  Treem boom (lamoen) van kar of wagen om paard in te spannen, cfr het woord "tram"
  Trekken tochten; het trekt hier: het tocht hier
  Tremen Zie treem; ook gebruikt voor iemands benen; vb mee au tremen omhuëg liggen = uitgeteld zijn, ziek zijn
  Troeten Een nogal dom, mannelijk exemplaar van de bevolking
  Trokeren (troquer) verruilen
  Tronk knotwilg
  Trut appelmoes
  Tsirreworrig vandaag, vandaag de dag
  Tsjouter kiosk waar vroeger de fanfare speelde
  Tsjuir volkse begroeting: goede morgen, middag of avond
  Tswenst terwijl
  Tuep samen
  Tuimelpatrijs koprol
  Tuukweg term gebruikt voor het mennen van een paard: = naar links!
  Uitloeten leegdrinken
  Uuëken, uuëksel jeuken, jeuk
  uuëpelink peluw, kussen dat dezelfde breedte heeft dan de matras
  Uuërezuiper oorworm
ne ferme vaveuren Een mooie boezem
  van bol af in nemen zonder te zoeken naar het beste stukje
  Veiëren varen (boot)
  Verket vork
  Vermangelen ruilen
  Vermoetelen verprutsen (Ge stoat doar oun tijd te “vernoetelen” = verprutsen)
  verslunst verwelkt
  Vetsoep soep gemaakt van het afvalvet van een pas geslacht varken, buren en vrienden kregen hun deel, werd verder klaargemaakt met rijst
  Viggen Biggetje
  Vleuringen vleugels, vlerken
  Vliegend pijërd libel, waterjuffer
  Vloan typisch kermisgerecht
  Voaren verschil uitmaken... Da voart noga: dat scheelt heel wat.
  Voerei Stal voor het voedsel van de dieren
giën voetgetij emmen de kans niet krijgen
  Vra vrouw
  Vramins vrouw
  Vurt verder (Goa vurt! = Ga verder). Ook vervelend (ne vurte vent = een vervelend man)
  Waaltjes zwarte mooi versierde uitgesneden houten schoen, voor dames in die tijd
Ei es in de was hij is aan het opgroeien
Zijne was verliezen "Zie da hij zijne was nie verliest": zorg ervoor dat hij zich niet tekort gedaan voelt
  wasspelle wasknijper
  Wembees wijnbes, druif, vroeger hadden veel mensen een druivelaar tegen de gevel staan
  Weps wesp
Ne werrel soort deurvergrendeling
  Wert een wrat
  Wezen aangezicht, gelaat
  Wijër haag, komt van weren of afweren
  Wijmen Wilgen; gemaakt van wilgentwijgen
  Wijëren Zich inzetten
  Wulder wij
  Wurtel of wuttel wortel, [u] wordt uitgesproken als een doffe [e]
  Zant van zanten, bundeltje korenaren door kinderen bijeengelezen na het pikken
  Zendels samengeklitte as van kolen
  Zep goot
  Zeuren vals spelen
  Zeurzak Valsspeler
  Zieël touw
  Zift zeef
  zjieëk, zjieëken (heel plat) urine, urineren
  Zoeë zode, scheldwoord voor vrouw (wad een lui zoe'e es da!)
  Zoeën koken
  Zoggenas vrouwelijke autochtoon
  Zoggeneijer mannelijke autochtoon
  Zompot stenen pot gebruikt om vlees te pekelen
  Zougen Zagen
  Zulder zij (meervoud)
't zwenst terwijl
  zwingelen onvast rijden met een fiets waarbij het stuur snel van links naar rechts gaat.
  Zwing(en) vleugel(s)
  Zwoalpei ei zonder of met te zachte schaal

Woordenlijst A - M


Parochie | Verenigingen | Zogse agenda  | Weetjes | Dialect | Wandelingen en fietsroutes | Heemkunde

    Copyright © 2003 Virtueel Zogge.   Web: Dany. Mail: info@zogge.be