|
De vervoeging
van het werkwoord 'emmen
(hebben)
ik 'em
gij 'edt
hij 'eedt
wij of wulder 'emmen
gulder 'edt
z' of zulder 'eien of 'emmen |
De tweeklanken ij en ei
De uitspraak van deze tweeklanken is
moeilijk uit te leggen. Soms is er een
onderscheid, dan weer niet. kadijs bv.spreek
je uit met zuiver klinkende ij - (e van voor
in de mond + zeer korte i), ei of reis als
iets tussen een aa en een ee, een soort van
langgerekte e vanachter in de mond zonder i.
De klank is te vergelijken met de klank [ai]
in de naam Sylvain... |
|
"Hij" wordt "sjij"
Wanneer het persoonlijk voornaamwoord "hij" na
een werkwoord komt verandert "hij" in "sjij".
Een voorbeeld maakt het wellicht duidelijker:
"heeft hij" wordt "'eedt'sjij"
|
Een dubbel persoonlijk
voornaamwoord
Soms wordt het persoonlijk
voornaamwoord tweemaal gebruikt; zowel voor als na het
werkwoord, waarschijnlijk om extra nadruk te leggen op
de persoonsvorm.
Een voorbeeld:
ik'emme kik
g'edt gij
hij'eedt sjij
w'emmen wij
g'edt gulder
z'eien zulder of z'emmen zulder |
|
De uitspraak van de letter
"H"
De letter "H"
wordt in het Zogs beschouwd als totaal
overbodig, .....quantité négligeable... |
Een extraatje bij het
gebruik van de tweede persoon
Een werkwoord dat vervoegd wordt in de tweede
persoon enkelvoud of meervoud krijgt een extra
extensie wanneer het persoonlijk voornaamwoord
nà het werkwoord komt.
Een voorbeeld;
komt gij wordt komde gi of gulderj
hebt gij wordt hedde gij
kunt gij wordt kunde gij
zit gij wordt zitte gij |
|
Twee
opeenvolgende klinkers bij de eerste persoon
van een vervoeging
Om tussen de 2
woorden twee opeenvolgende klinkers te
vermijden wordt een extra medeklinker, de "n"
toegevoegd aan het einde van het werkwoord.
Ik sta al recht wordt "ik stoan
al recht", ik sta recht blijft "ik stoa recht". |
|