|
Kerstlichtjes
Voordracht (tweede luik) van Wally de Doncker tijdens
het kerstconcert te Zogge, 18 december 2005.
Als ik rond de kerstperiode door de Vlaamse dorpen
rijd, moet ik altijd even met mijn ogen knipperen om
te wennen aan de kerstlichtjes. Soms zie je huizen
waarbij een kerstboom feeëriek herinnert aan de
kersttijd. Anderen hangen zoveel lichtjes alsof er hun
leven er van afhangt. Persoonlijk denk ik bij zo’n
orgie van lichtjes, altijd aan coca cola. Wellicht
associeer ik deze huizen met de coca cola vrachtwagens
van het reclamespotje. Begrijp me niet verkeerd, ik
houd ook van lichtjes, zolang ze de echte sterren maar
niet verdringen.
De laatste tijd zie ik ook nepinbrekers (met een zak
op hun rug) aan de ramen hangen. Wellicht heeft dit
gebruik dezelfde uitwerking als een vogelverschrikker.
Met een vogelverschrikker houd je de vogels weg. Met
een nepinbreker de inbrekers, vermoed ik.
Zogge is net als de andere dorpen in Vlaanderen.
Huizen met veel lichtjes, huizen met weinig lichtjes.
Maar hangen die lichtjes in Zogge hier zomaar? Schuilt
er iets meer achter? Stralen ze iets anders uit dan in
Sint-Anna, Durmen of Huivelde?
Kerstmis straalt een boodschap van vrede uit, niet? En
daar zit het, denk ik. Hoe meer lichtjes, hoe meer
vrede. Een soort kerstbestand. ‘Hoezo?’ zie ik je al
denken. Is er in Zogge dan een bron van een conflict?
Om die vraag te beantwoorden moet ik teruggaan naar
mijn schooltijd.
In de kleuterschool van de zusters werd de bron van
hèt conflict angstvallig verzwegen. Als kleuter wist
ik niet dat er iets sluipends in het dorp aanwezig
was. Zuster bestuurster heb ik er nooit iets van horen
zeggen. Ook zuster Beninia niet. Pas veel later ben ik
er achter gekomen waarom er in de school van de
zusters geen sprake mocht zijn van hét Zogse conflict.
Toen ik voor het eerst voet zette op de lagere
jongensschool kwam hèt conflict met alle geweld naar
boven. Misschien waren de onderwijzers van de
jongensschool wel iets liberaler? Ze lieten zeker meer
toe dan de zusters. Wisten de heren onderwijzers toen
al dat het niet goed was om een conflict te
onderdrukken? Onderdrukking zorgt vaak voor een
explosie. Politiek gesproken is het verstandig om af
en toe stoom af te laten. Zo kanaliseer je woede en
vermijd je uitbarstingen. Het heeft er misschien ook
voor gezorgd dat er in de buitenwijken van Zogge geen
auto’s in brand gestoken worden?
Tegenwoordig wordt de overgang van kleuterschool naar
de grote school grondig voorbereid. De kleuters
krijgen al eens de kans om te zien hoe het er in de
grote school aan toegaat door een bezoekje te brengen
aan het eerste leerjaar. Ze volgen al eens een les
mee. Ze spelen samen, ze knutselen samen. Wel, ik heb
dat nooit meegemaakt. De meisjes hadden het, wat de
overgang van kleuter naar lager betreft, niet zo
moeilijk want zij bleven op dezelfde vestigingsplaats.
Maar als jongen werd je meteen meegesleept in hèt
conflict. Je kon het al van ver horen. Meerstraat
tegen Zog! Meerstraat tegen Zog! Elke dag opnieuw.
Meerstraat tegen Zog! Het dreunt nog altijd in mijn
oren.
Waarom hadden ze er bij de zusters niks van gezegd?
Als kleuters hadden we toch het recht om voorgelicht
te worden? Ik heb het nu niet over seksuele opvoeding.
Dat werd ook genegeerd. De enige seksuele voorlichting
die ik in de school gekregen heb, was op het moment
dat een van de klasgenoten een plakboekje meebracht
met prentjes van blote vrouwen. Ik was toen heel
onthutst, want zoiets had ik nog nooit gezien. Het was
pas toen dat ik te weten kwam dat vrouwen twee borsten
hadden. Tot dan dacht ik dat ze uit een geheel
bestonden. Met een streepje in het midden.
Nee, als kleuter hadden ze ons ook moeten voorlichten
over dat slepende conflict tussen de Meerstraat en
Zogge.
Gelukkig hoefde ik geen partij te kiezen. Je was al
meteen voorbestemd. Woonde je in de Kerkstraat,
Heirbaan, Hooigat of Ekelbeke dan hoorde je bij Zogge.
Vanaf het Lippeveld was bij je de Meerstraat.
Tijdens het voetballen kwam de tweestrijd heel erg tot
uiting. Er werd nooit eens Meerstraat tegen Meerstraat
gevoetbald. Of Zog tegen Zog. Nee altijd, Meerstraat
tegen Zog. Als Zoggenaar kon je trouwens nooit bij de
Meerstraat spelen of omgekeerd. Alleen een verhuis
naar Zogge of naar de Meerstraat was een heuse reden
voor een transfer maar bij mijn weten is dat nooit
gebeurd. Het zou bijna hoogverraad geweest zijn. Een
reden voor eeuwigdurende uitsluiting en verbanning
naar het voorgeborgte van de hel. Tweedagelijks was er
wel een vechtpartij op de speelplaats. Als iemand van
de Meerstraat tegen een Zoggenaar vocht, mondde de
vechtpartij bijna altijd uit in een
solidariteitsactie. De Meerstratenaren waren solidair
met elkaar. En de Zoggenaren vice versa. Als een
Zoggenaar tegen een Zoggenaar vocht dan bleef de
solidariteit uit en dan moesten ze hun ruzie maar op
hun eentje uitvechten. De volgende dag sloten de
ruziemakers altijd vrede. Dat precies was zo louterend
aan vechten op de speelplaats. Nu vechten ze nog
zelden. Vechtpartijen worden meteen ingedamd. Ik weet
niet of dat beter is. Ik heb er zo mijn twijfels bij.
Ik heb de indruk dat uiting geven aan je woede de haat
verdrijft. Zeker als kind heb je dat af en toe nodig,
denk ik.
Eerlijk gezegd heb ik mijn voordeel gehaald uit deze
tweestrijd tussen Zogge en de Meerstraat. Het heeft
mijn integratieproces zelfs heel erg bevorderd. De
eerste keer dat ik opgesteld werd bij de ploeg van
Zogge maakte ik meteen een goal. Met gejuich werd ik
opgenomen in de Zogse stam. Die van de Meerstraat
zouden er van lusten als ze nog maar een vinger aan me
raakten.
Toch moet ik zeggen dat er ook goede Meerstratenaren
waren. Oké, ik geef toe, ze waren iets ruwer. Ze waren
vaak beter in voetballen. Maar ze hadden een goede
inborst. Ja, af en toe kon je er soms mee praten. Het
conflict tussen de twee wijken werd soms ook volledig
vergeten. Bijvoorbeeld tijdens het Tameletsen. Wie
doet er mee Tameletsen? Sommige weten zich dat
wellicht nog te herinneren. Tameletsen was een
tikkertjesspel. Je moest hand in hand lopen met degene
die je getikt had. Was je met vier dan splitste de
groep zich in twee. Degene die overbleef was gewonnen
en die was op zijn beurt de eerste tikker. Tijdens dat
spel maakte het niet uit of je van de Meerstraat of
van Zogge was. Je liep dan zelfs broederlijk hand in
hand.
Een ander voorbeeld was misschien minder positief maar
ik wil het toch vermelden tijdens deze kerstviering.
Ooit kwam er in Zogge een gezin van woonwagenbewoners
wonen. ‘Brakskesmannen’, zeiden ze toen. Een van die
Brakskeskinderen kwam in mijn klas terecht. Ik denk
dat hij Xavier heette. Xavier heeft het niet makkelijk
gehad. Hij kon niet voetballen en hij sprak een beetje
raar. En dat was voldoende om zowel de Meerstratenaren
en de Zoggenaren tegen zich te krijgen. Ik had
medelijden met hem. Op dat moment was ik als geboren
West-Vlaming allochtoon samen met hem. Toch durfde ik
er niet voor uit te komen. Ik weet het, eigenlijk was
het een beetje laf maar ik durfde toen nog niet tegen
een groep in te gaan.
Als kind heb ik nooit geweten wat de werkelijke
oorzaak was van de tweestrijd tussen Zogge en de
Meerstraat. Noch meester Antoine, noch meester Arnold
of meester Rafaël hebben er ons iets over verteld.
Alleen op de speelplaats kon het geuit worden.
Misschien lag het wel te gevoelig? Ze konden geen
partij kiezen. En ik denk niet dat ze dat ooit gedaan
hebben en dat pleit voor hen.
Tijdens het schrijven van het boek ‘De stijfhoofden
van Zogge’ ben ik er wel achter gekomen. De reden van
de strijd was de plaats van DIT gebouw, de Zogse kerk.
De Meerstratenaren reageerden in 1840 maar heel koel
op de plannen om hier een kerk te bouwen. Ze konden
zich alleen verzoenen met het idee, als de nieuwe kerk
op de grens van de beide wijken gebouwd werd. De
Zoggenaren waren het talrijkst en beslisten om de kerk
toch HIER te bouwen. De Meerstratenaren zagen de kerk
alleen op de Braak staan. Verder naar Zogge toe kon
voor hen echt niet. Als de Zoggenaren toch begonnen te
bouwen collaboreerden de Meerstratenaren met de
Hammenaren. Ze lieten zich zelfs omkopen door de
pastoor van Hamme. Als de Zogse kerk er stond, wilden
ze de kerk niet meer zien. Ze bouwden hun huizen weg
van de kerk. Ze keerden zich met hun rug naar Zogge.
De protesthuisjes zijn er nog altijd getuige van.
Daar zat het conflict en het werd met de genen (in de
mannelijke lijn) doorgegeven. De Meerstratenaren waren
protestanten. Zij protesteerden wel niet tegen de kerk
als instituut want ik vermoed dat ze toen allemaal
katholiek gebleven zijn. Ze protesteerden wel tegen
het kerkgebouw. Daarom precies smoorden de zusters dit
conflict in de kiem. Zij vreesden dat het protest ook
de kerk als instituut ging aantasten en dat konden zij
als vertegenwoordigers van Rome niet dulden.
Een goede maand geleden hebben we de Ierse hoofdstad
Dublin bezocht. Met de voordracht van vandaag in mijn
achterhoofd kon ik het niet laten linken te leggen
naar de Ierse onafhankelijkheidsstrijd. Ik zag de
Meerstraat als het opstandige Noord-Ierland. De
protestanten van Noord-Ierland wilden bij
Groot-Brittanië blijven. De Meerstratenaren bij Hamme.
Gelukkig mondde het niet uit in een bloedig conflict.
Gelukkig zijn we in België daarvan gespaard gebleven.
In feite zijn wij vredevolle mensen. De Vlamingen en
de Walen zijn op een vreedzame manier met elkaar
blijven praten. Zonder burgeroorlog. Onze conflicten
worden opgelost aan grote onderhandelingstafels in
nachtelijke kastelen.
Maar... zouden de Zoggenaren zich niet beter afvragen
hoe het zit met de transfers naar de Meerstraat.
Iedereen kan constateren dat er een bloeiende
middenstand is in Hamme-Zogge. Daarom is er in Zogge
ook meer werkgelegenheid. Zou het niet goed zijn dat
de Zoggenaren zich daarover beraden? Zouden ze niet
beter een manifest schrijven om zich af te scheuren
van de Meerstraat? Economisch gesproken zou het een
goede zaak zijn. Of ga ik daarin te ver? In elk geval
weet ik al een plaats van onderhandeling: de villa van
het Lippeveld. Zowel voor de Zoggenaren als de
Meerstratenaren goed bereikbaar.
Misschien willen de Zoggenaren met het gebruik van de
kerstlichtjes een teken geven: een boodschap van
vrede. Misschien houden zij wel van het unitaire Zogge
zoals het nu is. Moeten er dan niet méér lichtjes
komen? Hier in de Zoggestraat bijvoorbeeld.
Binnen het grote Europa zou de afscheuring van Zogge
van de Meerstraat belachelijk lijken. Wellicht zal een
onafhankelijk Zogge voor altijd een droombeeld
blijven. Daarom was het ook niet meer dan een
denkoefening...
|